Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 25

Bijdragen van de gemeenten

Onderdeel van Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en Inkomen Steenwijkerland en Westerveld

1.. De deelnemende gemeenten staan garant voor de kosten en verplichtingen van de dienst. 2.. In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is ter dekking van alle kosten van het openbaar lichaam. 3.. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de eerste dag van het kwartaal een kwart van de in het tweede lid bedoelde bijdrage. 4.. Alle rijksmiddelen behorende bij de in artikel 4 genoemde regelingen worden door de gemeenten ter beschikking gesteld aan het openbaar lichaam. 5.. De kosten die het samenwerkingsverband aan de gemeenten toerekent, bestaan uit programmakosten en apparaatskosten. A De programmakosten Programmakosten zijn uitkeringskosten, kosten van leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit toepassing van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 4, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen. De programmakosten worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt. Alle extra uitvoeringskosten van het openbaar lichaam, die worden veroorzaakt door gemeentelijk bijstandsbeleid dat afwijkt van het beleid dat is beschreven in het jaarplan, worden toegerekend aan de gemeente die verantwoordelijk is voor het afwijkende beleid. Alle extra kosten van het openbaar lichaam, die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 4, in de periode voor de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling worden toegerekend aan de gemeente die verantwoordelijk was voor de ontoereikende uitvoering. B De apparaatskosten Apparaatskosten zijn: kosten van het personeel dat is belast met de uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken, niet zijnde kortingen op vergoedingen van het rijk die op grond van een maatregel aan een gemeente zijn opgelegd; kosten van huisvesting, automatisering, externe ondersteuning, advieskosten en overige indirecte kosten. De apparaatskosten worden op basis van een verdeelsleutel toegerekend aan de gemeenten: 75% voor rekening van de gemeente Steenwijkerland en 25% voor rekening van de gemeente Westerveld. Indien de apparaatskosten de drempel van € 2.900.000,- overschrijden, vindt de verdeling van de meerkosten plaats op basis van de verhouding: cliënten WWB, IOAW, IOAZ, Bbz Westerveld : cliënten WWB, IOAW, IOAZ, Bbz Steenwijkerland. Jaarlijks wordt op de drempel het geldende prijsindexcijfer van het CBS toegepast. Alle betalingen van het Rijk aan de gemeenten voor de bij de gemeenten in rekening gebrachte kosten als bedoeld in het eerste lid, worden direct na ontvangst door de gemeente aan het openbaar lichaam overgemaakt. Na afloop van elk kalenderjaar en in ieder geval vóór 1 juli volgend op het afgesloten kalenderjaar, vindt tussen het openbaar lichaam en de gemeenten een definitieve afrekening plaats. Het Fonds Werk en Inkomen evenals andere middelen en doeluitkeringen, bedoeld voor de uitvoering van taken die conform artikel 4 door de gemeenten zijn overgedragen aan het openbaar lichaam, worden verstrekt aan en beheerd door het openbaar lichaam. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op gemeentelijke verzoeken daaromtrent geeft het dagelijks bestuur toepassing aan afspraken tussen de gemeenten over het te vormen egalisatiefonds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel