4.8.1 Toetsingskader
Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.
4.8.2 Beleid
Beleid Waterschap De Dommel
Het plangebied valt onder het gebied van Waterschap De Dommel. In het “Waterbeheerplan 2016-2021” zijn de doelen van het waterschap opgenomen en is beschreven hoe het waterschap deze wil bereiken. Het waterschap wil meer gaan inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen. Het Waterschap De Dommel heeft enkele kerntaken en wateropgaven voor ogen, deze geven weer wat het Waterschap wil doen en bereiken tussen 2016 en 2021. Deze staan hieronder weergegeven.
Kerntaken
Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen);
Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater;
Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren;
Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen;
Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.
Wateropgaven
Water in de bebouwde omgeving: In 2021 wil het waterschap met gemeenten waterrobuust en klimaatbestendig gaan handelen bij het beheer van de openbare ruimte en (her)ontwikkelen van de gebouwde omgeving. Met een aantal gemeenten zijn we aan de slag. Klimaat, gezondheid en waterbeleving spelen daarbij een hoofdrol. Niet alleen inwoners leveren een bijdrage aan de wateropgaven, ook het waterschap draagt bij aan het vergroten van de waarde van water in de leefomgeving van inwoners.
Water en bedrijven: het doel is dat bedrijven in 2021 meer dan nu een bijdrage leveren aan het realiseren van de wateropgaven. De impact op het systeem is hierdoor verkleind waardoor bedrijven blijvend gebruik kunnen maken van het water. Door het sluiten van de kringlopen, het verkleinen van waterfootprints en het afsluiten van blue deals is hun bijdrage zichtbaar. Dankzij een Brabantse grondwateragenda weten bedrijven en de andere partners waar zij op kunnen rekenen bij het duurzaam beheren van de grondwatervoorraad voor nu en later. Het waterschap werkt ook aan het verbeteren van onze eigen bedrijfsvoering. Met name op de RWZI’s. Binnen de wettelijke kaders passen we onze afvalstoffen in 2021 nuttig toe. Ook voldoen we aan alle afspraken in het Klimaatakkoord.
Water en landbouw: Het waterschap wil dat agrariërs en het waterschap elkaar in 2021 meer als partner beschouwen met een gezamenlijk waterbelang: samen werken aan een goede bodem, waterkwaliteit en voldoende water. Het is belangrijk dat men zich pro-actief opstelt. Dat wordt in de praktijk gebracht door gerichte acties via drie sporen: versterking bodemkwaliteit, meer sturen op duurzaam watergebruik, en positionering van water in de sector.
Water en natuur: De samenwerking met natuurbeheerders en andere partners in 2021 heeft geleid tot de uitvoering van maatregelen conform KRW en Natura2000. Ook wordt er in 2021 een gezamenlijke strategie gevolgd voor de manier waarop er wordt omgegaan met het beleven van de natuurwaarden in, op en rond het water.
(Verbreed) gemeentelijk rioleringsplan (VGRP)
In het VGRP staat hoe de gemeente Oirschot haar gemeentelijke watertaken gaat uitvoeren. Deze taken zijn wettelijk vastgelegd en hebben betrekking op het afvalwater, grondwater en hemelwater in de gemeente. Het VGRP beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen voor de aankomende periode (meestal 4 of 5 jaar). Daarnaast bevat het VGRP de onderbouwing van de gemeentelijke rioolheffing.
Hemelwaterbeleid
De hemelwaterzorgplicht is verankerd in artikel 3.5 van de Waterwet. De gemeente moet de uitwerking van de zorgplicht voor hemelwater opnemen in het VGRP. De gemeente hoeft alleen te zorgen voor het hemelwater dat in openbaar gebied valt. Het hemelwater dat op particuliere terreinen terechtkomt, valt onder de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. De eigenaar moet het hemelwater naar het oppervlaktewater of naar de bodem afvoeren, waarbij het water wel schoon is. Pas wanneer het niet redelijk is om van de eigenaar te verwachten dat hij zelf voor de afvoer van het hemelwater zorgt, neemt de gemeente die taak over. De gemeente mag zelf bepalen op welke wijze ze dit doet. Een situatie waarin de perceeleigenaar het gehele perceel verhard heeft, waardoor infiltratie onmogelijk is geworden, is geen reden om een beroep te doen op de gemeentelijke zorgplicht.
Wateroverlast
Wateroverlast kan niet voorkomen worden. Soms regent het zo hard, dat geen enkel rioolstelsel daarop berekend is. Zolang het water op straat staat, is er weinig aan de hand. Pas wanneer het water overlast veroorzaakt, ontstaan er problemen. Het beleid ten aanzien van wateroverlast ziet er als volgt uit:
Het afvoeren van hemelwater op het oppervlaktewater mag geen nadelige effecten hebben op de waterkwaliteit en -kwantiteit. Er mag geen wateroverlast ontstaan bij een maatgevende regenbui met een herhalingsfrequentie van 1 maal per 10 jaar in woningen.
Er mag wel water-op-straat staan (zonder overlast) bij een maatgevende regenbui vanaf een herhalingsfrequentie van 1 maal per jaar
Er mag geen wateroverlast ontstaan bij een maatgevende regenbui met een herhalingsfrequentie van 1 maal per 5 jaar op belangrijke kruispunten.
Nieuwe riool-(hemelwater)stelsels worden gedimensioneerd op een ontwerpbui = 2 + 10% om rekening te houden met de klimaatverandering.
De inundatienorm (water-op-straat als gevolg van een hoog waterpeil in het oppervlaktewater) voor stedelijk gebied is 1 maal in de 100 jaar. Hierbij is rekening gehouden met de klimaatverandering.
Bij de herinrichting van wegen en woonstraten wordt rekening gehouden met de klimaatverandering en de mogelijkheid van water-op-straat.
Voor nieuwbouw geldt het principe van hydrologisch neutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de waterhuishoudkundige situatie in een peilgebied na de bouw niet verslechtert ten opzichte van voor de bouw.
Wijzigingen in de waterhuishouding worden afgestemd met het waterschap.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen met gevolgen voor de waterhuishouding wordt de watertoets doorlopen.
De burgers worden betrokken bij het opvangen van de effecten van de klimaatverandering door
Bewustwording en publieksacties.
Het opvangen en vasthouden van hemelwater op daken (bijvoorbeeld groene daken) en in de tuin wordt gestimuleerd. Elk particulier initiatief draagt bij aan het opvangen van de klimaatverandering.
Grondwaterbeleid
Grondwateroverlast begint in de kelders en kruipruimten. De gemeente heeft een zorgplicht, maar ze is niet aansprakelijk voor deze overlast. Zeker niet wanneer sprake is van nalatigheid van de perceeleigenaar, of wanneer er sprake is van incidentele overlast als gevolg van extreme regenval. Het grondwaterbeleid is als volgt:
De gemeente neemt alleen maatregelen wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast. Structurele overlast is overlast die gedurende een aaneengesloten periode langer dan enkele maanden optreedt en onafhankelijk is van extreme neerslag.
Incidentele grondwateroverlast komt voor rekening van de perceeleigenaar.
Structurele grondwateroverlast komt voor rekening van de samenwerkende overheden.
Bij elk grondwatervraagstuk wordt bekeken welke maatregelen doelmatig zijn. De afweging is afhankelijk van de omvang van het probleem, de kosten van de maatregel versus het resultaat en andere belangen (bijvoorbeeld de ecologische doelstelling van het gebied, afvoerregime oppervlaktewater etc.). Eigenaren dienen zelf te zorgen voor een goede staat van hun percelen en gebouwen. lndien nodig moeten zij zelf waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen treffen.
lndien het doelmatiger is dat de gemeente maatregelen op particulier terrein treft (en de eigenaar daarmee akkoord gaat) behoort dit tot de mogelijkheden.
Wanneer drainage de beste oplossing is, neemt de gemeente het grondwater vanaf de perceelsgrens over en draagt zorg voor de afvoer ervan.
De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor de afvoer van drainwater:
Afvoer van drainwater op oppervlaktewater.
Als er geen oppervlaktewater in de buurt is, dan het drainwater afvoeren op de hemelwaterriolering.
Als er geen hemelwaterriolering aanwezig is, dan kan het drainwater geloosd worden op de gemengde riolering (in overleg met het waterschap).
Waar mogelijk worden voorzieningen getroffen om later alsnog te kunnen aansluiten op oppervlaktewater / hemelwaterriolering.
4.8.3 Doorwerking plangebied
Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De bestaande rechten worden gerespecteerd. Als gevolg hiervan is er geen effect op de waterhuishouding te verwachten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.8