Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Marktverordening 1994

1.. Standplaatshouders, die wegens vakantie een markt niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig onder opgave van de duur van de vakantie, schriftelijk mededeling te doen aan de marktmeester. 2.. De in artikel 12, eerste lid onder d vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige bezetting van een toegewezen vaste plaats teneinde de verkregen rechten op de vaste plaats te behouden, alsmede de in artikel 17 aanhef en onder d, vervatte regeling inzake de verplichting tot een regelmatige aanmelding op de markt teneinde de inschrijving op de in artikel 15, eerste lid bedoelde lijst gehandhaafd te doen blijven, blijven per kalenderjaar ten hoogste vier marktdagen buiten werking indien de rechthebbende, na te hebben voldaan aan het onder het eerste lid genoemde voorschrift, wegens vakantie afwezig zijn. 3.. De rechthebbenden als hierboven bedoeld kunnen op buitenwerkingstelling van de in het tweede lid aangeduide regeling alleen dan aanspraak maken, indien zij op de marktdag voorafgaande aan hun afwezigheid wegens vakantie de hun toegewezen vaste plaats hebben bezet, respectievelijk als de op de in artikel 15, eerste lid bedoelde lijst ingeschreven gegadigden een plaats hebben toegewezen gekregen of blijkens hun aanmelding bij de marktmeester getracht hebben een plaats te verkrijgen. 4.. De rechthebbende als bedoeld in het tweede lid hebben voorts, tot behoud van hun eerder omschreven rechten, de verplichting op de eerste marktdag volgend op die waarop zij binnen het in het tweede lid gestelde maximum aantal marktdagen wegens vakantie afwezig waren, hun vaste plaats weer in te nemen, respectievelijk zich weer ter markt te melden teneinde te trachten een opengebleven marktplaats toegewezen te krijgen. Artikel 22 In bijzondere omstandigheden kan door burgemeester en wethouders aan hen, die zijn ingeschreven op de in artikel 10, tweede lid bedoelde lijst of aan hen die zijn ingeschreven op de in artikel 15, eerste lid bedoelde lijst tijdelijk ontheffing worden verleend aan de verplichting om zelf op hun vaste plaats aanwezig te zijn, respectievelijk om zich bij hen of de marktmeester aan te melden voor het verkrijgen van een dagplaats. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede in die bedoeld in artikel 20 of in artikel 21, kunnen burgemeester en wethouders de houder van een vaste plaats vergunning verlenen zich te laten vervangen. Orde, veiligheid en consumentenbelangen op de markt Artikel 23 Het is verboden: op de dag voorafgaande aan de dag waarop de markt wordt gehouden van 18.00 tot 24.00 uur; op de dag waarop de markt wordt gehouden van 0.00 tot 17.00 uur; het marktterrein als parkeerterrein te gebruiken. Het in het vorige lid bedoelde verbod wordt op door burgemeester en wethouders te bepalen wijze bij het marktterrein aangegeven. Artikel 24 Het is verboden vroeger dan drie uren voor de aanvang van de markt goederen en waren op de markt aan te voeren. De aanvoer moet bij de aanvang van de markt zijn beëindigd, behoudens bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders. De afvoer van goederen en waren moet zijn beëindigd uiterlijk twee uren na het beëindigen van de markt, na welk tijdstip ook de voertuigen van de standplaatshouder van het marktterrein moeten zijn verwijderd. Artikel 25 Het is de standplaatshouder niet toegestaan zijn stand plaats vóór de sluitingstijd van de markt te verlaten. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel 26 Het is verboden voertuigen, waarmede goederen of waren termarkt worden of zijn aangevoerd, op het marktterrein aanwezig te hebben op een andere plaats dan die, welke door de marktmeester is aangewezen. Artikel 27 Het is verboden op het marktterrein kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde ontheffing verlenen. Burgemeester en wethouders kunnen aan een krachtens het eerste lid verleende ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden. Artikel 28 Het is de standplaatshouder verboden: zich langer dan een uur van zijn uitstalling te verwijderen; gedurende deze tijd mag hij zijn standplaats niet onbeheerd achterlaten; op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren; op het marktterrein meer ruimte in te nemen dan hem is toegestaan; de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen; de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren; op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die waarvoor toestemming is verleend. Artikel 29 Het is verboden voor de verlichting van een standplaats gebruik te maken van andere dan electronische verlichting, alsmede elektriciteit te betrekken anders dan via de daartoe vanwege de gemeente aangebrachte voorzieningen, danwel zelf hierin te voorzien. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel 30 Het is verboden artikelen, welke krachtens besluit van burgemeester en wethouders niet op de markt mogen worden verhandeld, op de markt in voorraad te behouden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te verkopen, dan wel anderszins af te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen, indien dit in het belang van de orde op de markt noodzakelijk is de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden. Op de besluiten als bedoeld in de leden 1 en 2 is het bepaalde in het vierde lid van artikel 2 van overeenkomstige toepassing. Artikel 31 Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, voorzover het verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren betreft ten behoeve van de standplaatshouders. Artikel 32 Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein gebruik te maken van middelen ter versterking van het geluid. Het is de standplaatshouder verboden op zijn standplaats radiotoestellen, grammofoons, bandrecorders of andere toestellen waarmee geluid ten gehore kan worden gebracht aanwezig te hebben anders dan ten verkoop. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel 33 Het is gedurende de markt verboden op het marktterrein een fiets, een bromfiets of een tweewielig motorrijtuig te berijden of aan de hand mee te voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel