Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 34

Artikel 34

Onderdeel van Marktverordening 1994

1.. Het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein te venten met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen of godsdienstige, politieke of andere propaganda te voeren. Dit verbod is niet van toepassing op de door de gemeente geplaatste publicatieborden. 2.. Onder het voeren van propaganda als in het eerste lid bedoeld wordt niet verstaan het aan prijzen van koopwaar op de markt. Artikel 35 De standplaatshouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt. Tijdens de markt dient hij zijn afval en overige materialen zelf in te zamelen; na afloop van de markt dient hij dat afval en die overige materialen zelf af te voeren. Hij dient zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving ervan bij het verlaten van het marktterrein bezemschoon achter te laten. Artikel 36 Standplaatshouders, wie het is toegestaan op hun standplaats geringe eet- en drinkwaren voor de consumptie ter plaatse gereed te maken en te verkopen, dienen aan de voorzijde van hun standplaats een tweetal korven of bakken bestemd voor het deponeren van afval met een inhoud van tenminste 25 liter te plaatsen. Zodra een korf of bak als bedoeld in het eerste lid vol is moet deze worden geledigd op de in artikel 35, derde lid bedoelde plaatsen. Artikel 37 Standsplaatshouders, wie het is toegestaan geringe eet- en drinkwaren te verkopen zijn verplicht hun goederen op zodanige wijze uit stallen, dat zij voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins. Artikel 38 Standplaatshouders zijn verplicht, gedurende de tijd dat zij hun goederen of waren ten verkoop aanbieden, op een duidelijk zichtbare plaats op de standplaats een bord ter breedte van 40 centimeter en ter hoogte van 20 centimeter te hebben, waarop duidelijk leesbaar de voorletters, de naam, het adres en de woonplaats van de rechthebbende op de betreffende standplaats zijn aangegeven. Het naambord moet in goede staat worden gehouden. Artikel 39 De standplaatshouder die zijn goederen of waren per gewicht verkoopt dient het weegwerktuig zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijnde van de standplaats te plaatsen of aan te brengen, dat het daarop aangegeven gewicht en indien het weegwerktuig de prijs van de daarop afgewogen goederen of waren aangeeft tevens die prijs, steeds voor het publiek duidelijk leesbaar is. Artikel 40 Indien de ten verkoop aangeboden goederen of waren geprijsd worden, moet de prijsaanduiding tot generlei misverstand aanleiding kunnen geven voor het publiek duidelijk leesbaar zijn. Straf- en slotbepalingen Artikel 41 Degene die: in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening; zich aan wangedrag op de markt schuldig maakt; de marktmeester in de uitoefening van zijn taak belemmert; direct of indirect de orde en/of veiligheid op de markt verstoort of in gevaar brengt; kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 42 en 44, door burgemeester en wethouders worden gelast zich met zijn goederen of waren ogenblikkelijk van de markt te verwijderen, aan welke last onmiddellijk gevolg moet worden gegeven. Artikel 42 Burgemeester en wethouders kunnen het recht op een vaste plaats al dan niet voorwaardelijk vervallen verklaren of de inschrijving op de in artikel 15, eerste lid bedoelde lijst doorhalen, dan wel het recht op een standplaats telkens voor ten hoogste twee achtereenvolgende marktdagen ontnemen, indien: de rechthebbende de in deze verordening opgenomen bepalingen overtreedt; van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel waarvoor zij is bestemd; de rechthebbende zich schuldig maakt aan wangedrag op de markt de rechthebbende niet of niet tijdig het marktgeld voldoet. Artikel 43 Ieder, die wegens wanbetaling het recht op zijn vaste plaats heeft verloren of wiens inschrijving op de in artikel 15, eerste lid bedoelde lijst om deze reden is doorgehaald, wordt niet opnieuw als gegadigde voor een standplaats ingeschreven zolang het verschuldigde marktgeld alsmede de kosten van invordering niet zijn voldaan. Artikel 44 Overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 45 Met het opsporen van bij of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, tevens belast de marktmeester en de andere daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel 46 Burgemeester en wethouders zijn gemachtigd de uitvoering van de bepalingen van deze verordening op te dragen aan de marktmeester dan wel aan andere door hen aan te wijzen gemeente-ambtenaren. Van elke door een gemeente-ambtenaar aan wie een opdracht op grond van het eerste lid is verleend genomen beslissing staat voor de belanghebbenden beroep open op burgemeester en wethouders. Artikel 47 Deze verordening kan worden aangehaald als "Marktverordening 1994", en treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Baarn, gehouden op 30 november 1994, de secretaris, de voorzitter, Artikelsgewijze toelichting op de marktverordening Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Ter bevordering van de duidelijkheid zijn in dit eerste artikel definities gegeven van de meeste in de verordening gebruikte algemene begrippen. Artikel 2 De zomertijd is die zoals bedoeld in de wet van 16 juli 1958, stb. 352, tot nadere regeling van de wettelijke tijd. Ingevolge het bepaalde in de Winkelsluitingswet 1976 mag ondermeer op Nieuwjaarsdag, eerste en tweede Kerstdag alsmede op de dag waarop de verjaardag van de Koning gevierd wordt geen markt worden gehouden. Van dit verbod kan ontheffing worden verleend, maar dat zal slechts zeer sporadisch gebeuren. In bijzondere omstandigheden waarbij in grote mate openbare grond moet worden gebruikt kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de markt geen doorgang vindt. Dit kan vb. het geval zijn als èn de winkels geopend zijn èn de markt kan worden gehouden èn een grootschalig gebeuren plaatsvindt waardoor veel openbare grond nodig is; in dergelijke gevallen kan openstelling van winkels en houden van de markt mogelijk zijn door een ontheffing van de verboden van de Winkelsluitingswet 1976. Een dergelijke situatie had zich kunnen voordoen op Koninginnedag 1987 als deze niet een donderdag maar een dinsdag had betroffen. Alvorens te bepalen dat geen markt zal worden gehouden wordt het belang van het houden van de markt afgewogen tegen die bijzondere omstandigheden waarvoor het marktterrein beschikbaar zou moeten komen. Als de markt geen doorgang kan vinden kunnen burgemeester en wethouders een andere dag voor het houden van de markt aanwijzen; hierbij zal overleg met de marktkooplieden moeten worden gevoerd omdat veel van hen op andere dagen elders markten hebben. Hierdoor zullen zij dan òf in Baarn òf elders verstek moeten laten gaan. Tevens moet rekening worden gehouden met markten in de omgeving terwijl de betreffende dag zo gunstig mogelijk voor het publiek moet zijn. Het niet doorgaan of op een andere dag houden van de markt zal in een zo vroeg mogelijk stadium aan standplaatshouders en publiek bekend moeten worden gemaakt. Artikel 3 Het verplaatsen van de markt zal slechts in zeer bijzondere gevallen plaatsvinden, zoals in 1986 het opnieuw inrichten van de Brink en omgeving. In principe zal het niet mogelijk zijn de markt te verplaatsen omdat op het marktterrein andere gebeurtenissen zouden moeten plaatsvinden. Artikel 4 Om een aantrekkelijke weekmarkt te krijgen zullen burgemeester en wethouders het aantal standplaatsen vaststellen. Om dezelfde reden zullen burgemeester en wethouders het aantal standplaatsen per branche vaststellen. De afmetingen van de standplaatsen worden veelal bepaald door de lengte van de standdaardkraam, welke vier meter bedraagt. In het derde lid is bepaald dat vaste plaatsen maximaal twee maal de standaardmaat van een kraam (= 8 meter) kan bedragen. In die gevallen waarin het zeer moeilijk blijkt een vaste of een dagplaats bezet te krijgen kan een dergelijke plaats aan een ernaast staande standplaatshouder tijdelijk worden toegewezen. In afwijking van het in dit artikel bepaalde kan een standplaatshouder op deze wijze over maximaal 12 meter frontbreedte beschikken. Daar een dergelijke standplaats wel beschikbaar moet blijven kan deze slechts voor een beperkte tijd worden toegewezen (maximaal drie maanden, elke keer met maximaal drie maanden te verlengen), zonder dat betrokkene op automatische verlenging recht kan doen gelden. Hoofdstuk 2: van standplaatsen (vaste plaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen), de lijst van houders van vaste plaatsen, de wachtlijst voor vaste plaatsen, de lijst voor dagplaatsen en de rechthebbenden. Artikel 5 Een standplaats moet worden toegewezen; het is daarom niet mogelijk eigenmachtig een standplaats in te nemen. Teneinde de gang van zaken op de markt ordelijk te laten verlopen mogen alleen die standplaatsen worden bezet die zijn toegewezen; hierdoor wordt voorkomen dat voor de aanvang van de markt onenigheid van de standplaatshouders ontstaat omtrent de vraag wie van hen welke standplaats mag bezetten. Artikel 6 Uit het tweede lid van dit artikel blijkt dat de plaatsen op de markt in principe als vaste plaats worden aangewezen, de standwerkersplaatsen vormen hierop een uitzondering. Artikel 7 De legitimatieplicht in dit artikel dient ertoe om te waarborgen dat een standplaats ook daadwerkelijk door de houder ervan zelf wordt ingenomen; de in sommige gemeenten gesignaleerde "handel in standplaatsen" kan hiermee worden tegengegaan. Ook een postlegitimatiebewijs is als door de overheid (P.T.T.) afgegeven te beschouwen. Artikel 8 In dit artikel wordt bepaald dat alleen door natuurlijke personen een standplaats kan worden aangevraagd. Het doel hiervan is het voorkomen van handel in standplaatsen. Een rechtspersoon kan daarom geen standplaats krijgen. De overige bepalingen in dit artikel dienen ter bescherming van de bonafide ambulante handel. Bij beantwoording van de vraag òf iemand genoegzaam is verzekerd zal niet alleen een rol spelen òf die iemand is verzekerd, maar ook wat het maximum bedrag uit te keren bedrag per gebeurtenis is. In de loop der jaren heeft een aantal marktkooplieden gekozen voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid als rechtsvorm voor hun onderneming. Strikte toepassing van het in het eerste lid bepaalde houdt in dat een dergelijke koopman geen standplaats kan verkrijgen: alleen natuurlijke personen komen voor een standplaats in aanmerking en als natuurlijk persoon voldoet hij niet aan de in het eerste lid, onder b, c en d gestelde eisen. Het op deze wijze uitsluiten van een marktkoopman is echter niet het doel van deze regeling; door het bepaalde in het vijfde lid wordt een dergelijke situatie voorkomen. Artikel 9 De toewijzing van vrijgekomen standplaatsen dient periodiek te geschieden. Allereerst komen daarvoor in aanmerking de vaste standplaatshouders op de markt, zulks in volgorde van hun inschrijving op de in artikel 10 bedoelde lijst. Eerst daarna komen de aspirant standplaatshouders aan de beurt. Ten einde er zorg voor te dragen dat de mogelijkheid tot verplaatsing voor alle standplaatshouders aanwezig is zal degene die op eigen verzoek een andere plaats inneemt weer onder aan op de in artikel 10 bedoelde lijst worden geplaatst. Zulks zal uiteraard niet plaatsvinden bij een gedwongen verplaatsing, b.v. bij het opnieuw indelen van het marktterrein. Als op een dag meerdere verplaatsingen plaatsvinden zal inschrijving onderaan de in het tweede lid van artikel 10 bedoelde lijst plaatsvinden in de oorspronkelijke volgorde van de lijst. Artikel 10 Het toewijzingsbewijs als bedoeld in het eerste lid wordt afgegeven om de standplaatshouder (meer) rechtszekerheid te bieden. De in het tweede lid genoemde lijst is van belang bij het opnieuw bezetten van vrijgekomen standplaatsen. Ten einde te voorkomen dat het altijd dezelfden zijn die uit de beste plaatsen kunnen kiezen (zij die boven aan de lijst staan) is gekozen voor een systeem waarbij men bij verplaatsing op eigen verzoek "weer onderaan de lijst begint", zodat geleidelijk een ieder in de gelegenheid is een in zijn ogen betere plaats in te nemen. Artikel 11 In dit artikel is vastgelegd onder welke omstandigheden men zich kandidaat kan stellen voor een vaste plaats op de markt. Gezien de somtijds grote toeloop voor een bepaalde branche op een bepaald moment, is in het tweede lid vastgelegd dat de wachtlijst voor een of meer branches aan een maximum kan worden gebonden. In het achtste lid is opgenomen dat potentiële standplaatshouders voor 1 maart van ieder jaar zelf om verlenging van hun inschrijving moeten verzoeken. Het gemeentewege aanschrijven van die kandidaten kost relatief veel arbeidstijd; daarenboven heeft de potentiële standplaatshouder een zodanig belang bij de inschrijving dat redelijkerwijs van hem mag worden verlangd dat hij zelf actie onderneemt. Ook is bepaald in het negende lid dat een aanschrijving vervalt als hem een plaats wordt aangeboden en zonder geldige reden wordt geweigerd. Doel hiervan is te voorkomen dat iemand ingeschreven blijft tot een (meer) aantrekkelijke plaats vrijkomt. Artikel 12 In het eerste lid is vastgesteld dat een standplaatshouder zeer regelmatig moet verschijnen wil hij zijn standplaats niet verliezen. Het tot op heden onregelmatig verschijnen van een aantal standplaatshouders, hetgeen de gang van zaken op de markt niet ten goede komt, kan hiermee worden tegengegaan. Artikel 13 Uit sociale overwegingen is het gerechtvaardigd dat als een standplaatshouder zijn werkzaamheden niet meer kan verrichten, deze worden voortgezet door zijn partner. Een en ander moet worden gezien als een voortzetting van een bestaand recht op een standplaats; aanpassing van de in artikel 10, tweede lid bedoelde lijst behoeft dan ook niet plaats te vinden. Veelvuldig komt het voor dat kinderen (van een van de) ouders op de markt behulpzaam zijn , vaak vele jaren lang. Deze kinderen zijn niet in staat zelf een plaats te verkrijgen, daar -ook al zouden zij door inschrijving op wachtlijsten vaste plaatsen kunnen verkrijgen- hun medewerking in het ouderlijk bedrijf niet kan worden gemist. Daarom is ook hier in het tweede lid de mogelijkheid geschapen het recht op de standplaats over te schrijven. Teneinde er zorg voor te dragen dat van de overschrijvingsregeling geen misbruik wordt gemaakt en deze wordt toegepast voor degenen waarvoor de regeling is bestemd, is vastgelegd dat men de ouders minimaal gedurende een bepaalde tijd moet hebben geassisteerd. Degenen waarvoor deze regeling wordt toegepast dienen te worden beschouwd als nieuwe standplaatshouders; in verband hiermee dienen zij met ingang van de datum van overschrijving van de standplaats op de in artikel 10, tweede lid bedoelde lijst te worden genoteerd. Aanpassing van de lijst zal ook noodzakelijk zijn indien de partner die een standplaats overneemt ook zelf een standplaats ter beschikking heeft. In verband met de eis van persoonlijke aanwezigheid op de standplaats (artikel 19) zal dan voor één van de standplaatsen moeten worden gekozen, zodat ook slechts één inschrijving op de lijst van vaste standplaatshouders kan resteren. Betrokkene zal op de meest gunstige plaats op de lijst blijven staan; de minder gunstige plaats op de lijst wordt doorgehaald. Artikel 14 Bij de aanvang van de markt moeten de vaste standplaatsen bezet zijn, zulks ten behoeve van een goede gang van zaken op de markt. Tenzij de vaste standplaatshouder de marktmeester onder een geldige reden heeft medegedeeld niet tijdig aanwezig te kunnen zijn, wordt de standplaats als dagstandplaats aangemerkt en als zodanig uitgegeven. Doel hiervan is de gang van zaken op de markt te bevorderen door leegstand zoveel mogelijk tegen te gaan en aldus de markt zo aantrekkelijk als mogelijk te maken en te houden. Artikel 15 Wat voor de vaste standplaatshouders is geregeld in de artikelen 8 en 10, wordt voor de dagstandhouders in dit artikel geregeld. De eis dat de gegadigde voor een dagstandplaats van het drijven van handel het hoofdberoep heeft gemaakt wordt niet gesteld, zulks is mede gedaan om startende ondernemers de gelegenheid te bieden om naast hun onderneming een betrekking te hebben voor de financiële zekerheid die een pas gestarte onderneming niet biedt. Artikel 16 De in artikel genoemde lijst van dagstandplaatshouders vervult bij de toewijzing van de dagstandplaatshouders dezelfde functie als de lijst van vaste standplaatshouders ingevolge artikel 10, tweede lid doet bij de toewijzing van vrijgekomen vaste plaatsen. Artikel 17 Dit artikel correspondeert met hetgeen in artikel 12 omtrent de kandidaten voor een vaste plaats is bepaald. Omdat dagstandplaatshouders niet altijd een plaats zullen kunnen verkrijgen is de frequentie waarmee zij een standplaats moeten innemen althans moeten proberen een dergelijke plaats te verkrijgen ruimer gesteld dan dat bij de vaste standplaatshouders het geval is. Artikel 18 Standplaatshouders hebben een wijze van werken die sterk verschilt van die van hun "stille" collega's. Waar "stille" standplaatshouders het publiek door het uitstallen van zaken tot de aankoop daarvan trachten over te halen doet de standwerker dat voornamelijk door het houden van zijn verhaal. Deze personen kunnen de gang van zaken op de markt zeer verlevendigen. De toewijzing van de plaatsen geschiedt bij loting; personen die zich wel als standwerker hebben aangemeld, maar nog niet als zodanig zijn geregistreerd, kunnen loten voor overgebleven plaatsen; daar kunnen zij bewijzen hun registratie als zodanig te verdienen. Voor de Baarnse markt geldt een branche-indeling; onverkort hieraan vasthouden zou betekenen dat standwerkers met bepaalde zaken nimmer een plaats zouden kunnen verkrijgen. Om dit tegen te gaan is in het vierde lid bepaald dat aan dergelijke standwerkers maximaal éénmaal per vier weken een plaats kan worden toegewezen. Om de markt zo goed mogelijk bezet ten hebben is in het vijfde lid bepaald dat niet bezette standwerkersplaatsen als dagplaatsen worden aangemerkt; bezetting hiervan zal alleen dan plaatsvinden als alle andere "normale" standplaatsen al zijn bezet. Artikel 19 Standplaatshouders moeten in principe zelf op hun standplaats aanwezig zijn. In de in de artikelen 20, 21 en 22 bedoelde gevallen kunnen burgemeester en wethouders de standplaatshouder toestaan zich te doen vervangen. Artikel 20 Een standplaatshouder dient de marktmeester bij ziekte tevoren te informeren zodat de standplaats zo snel mogelijk aan een ander kan worden toegewezen voor die dag. Het verplicht overleggen van een geneeskundige verklaring bij verhindering wegens ziekte dient om misbruik van dit artikel zoveel mogelijk tegen te gaan. In het vierde lid is bepaald dat de positie van standplaatshouders die wegens ziekte zijn verhinderd niet onbeperkt door dit artikel kan worden beschermd. Na een periode van twee jaren ziekte vervalt het recht op deze bescherming indien de standplaatshouder zich in onvoldoende mate meldt bij de marktmeester ter verkrijging van een standplaats (de artikel 12, eerste lid onder d en 17 onder d). Ter voorkoming van het stuiten van de in het vierde lid genoemde termijn van twee jaar is in het vijfde lid bepaald dat tussen het weer voor de eerste maal op de markt aanwezig zijn en het wederom ziekmelden tenminste vier marktdagen moeten zijn gelegen waarop de rechthebbende weer aanwezig moet zijn geweest. Artikel 21 De in dit artikel vervatte vacantieregeling behoeft geen nadere toelichting. Met deze regeling en de regeling dat een standplaatshouder niet alle, doch tien van de dertien marktdagen in een kwartaal aanwezig dient te zijn is de mogelijkheid voor de marktkoopman met vacantie te gaan ruim genoeg. Artikel 22 De in het eerste lid bedoelde mogelijkheid ontheffing te verlenen zal met de uiterste terughoudendheid worden toegepast; er zullen werkelijk bijzondere omstandigheden aanwezig moeten zijn alvorens een aanvraag om ontheffing kan worden gehonoreerd. Hoofdstuk 3: van orde, veiligheid en consumentenbelangen op de markt Artikel 23 Daar het marktterrein op andere dagen dan de dag waarop de markt wordt gehouden als parkeerruimte wordt benut, dienen burgemeester en wethouders over instrumenten te kunnen beschikken om te waarborgen dat het marktterrein ook daadwerkelijk als zodanig kan worden gebruikt. Bij overtreding van dit artikel zullen zij veelal bestuursdwang moeten toepassen, hetgeen inhoudt dat een geparkeerde auto van gemeentewege doch op kosten van de overtreder wordt verwijderd. Artikel 24 Doel van dit artikel is te voorkomen dat standplaatshouders reeds een of meer dagen tevoren hun wagens op het parkeerterrein plaatsen, hetgeen met name geldt voor verkoopwagens. Tevens wordt voorkomen dat door extreem vroege aanvoer de nachtrust van omwonenden niet meer dan nodig is wordt verstoord. Na de markt zal het marktterrein zo spoedig mogelijk weer voor zijn normale functie beschikbaar moeten zijn; om de marktkoopman in de gelegenheid te stellen zijn zaken op een ordelijke wijze in te pakken zonder daarvoor het laatste uur van de markt mede te moeten gebruiken is gekozen voor een inpakperiode van twee uur. Artikel 25 Voor een goede orde op de marktdag kan niet worden toegestaan de markt op willekeurige tijden te verlaten. Er kunnen omstandigheden zijn waarbij handhaving van dit verbod niet kan worden gevergd, in dergelijke gevallen kunnen burgemeester en wethouders toestemming verlenen de markt voortijdig te verlaten. Artikel 26 In verband met de orde op de markt wijst de marktmeester de plaatsen aan waar standplaatshouders hun voertuigen moeten plaatsen. Als de marktmeester aangeeft dat op het marktterrein zelf geen plaats is, zullen de voertuigen op de openbare weg moeten worden geplaatst; voor het parkeren op de openbare weg zijn de normale verkeersregels van kracht. Artikel 27 Ter verkrijging van de nodige uniformiteit is het gewenst dat het plaatsen van marktkramen door een vergunning wordt gereguleerd. Hierdoor kan een ordelijke opstelling van de markt worden verkregen. Ook het gebruik van verkoopwagens dient te zijn geregeld; deels vanwege een ordelijke opstelling van de markt, deels teneinde er zorg voor te dragen dat die wagens ook daadwerkelijk kunnen worden geplaatst zonder dat daarvoor een aantal kramen (tijdelijk) moet worden afgebroken. Artikel 28 Dit artikel geeft algemene aanwijzingen aan de standplaatshouders voor zijn gedragingen op de markt. Artikel 29 Met dit artikel wordt beoogd de veiligheid van zowel de standplaatshouders als van het publiek te bevorderen. Afgezien is van het stellen van eisen aan de veiligheid van de door de kooplieden gebruikte apparatuur. Als door een standplaatshouder gebruik wordt gemaakt van onveilige apparatuur zal hij op grond van artikel 41 van de markt kunnen worden verwijderd (tenzij de betreffende apparatuur wordt uitgeschakeld). Artikel 30 Met behulp van dit artikel is het mogelijk de handel in bepaalde artikelen op de markt te verbieden. Voorts is het mogelijk artikelen die de openbare orde negatief beïnvloeden tijdelijk van de markt te weren (voorbeelden: lectuur, onveilig speelgoed, garnalen e.d.). Dergelijke besluiten moeten worden gepubliceerd en ter kennis van belanghebbenden worden gebracht. Artikel 31 De verkoop op de markt door anderen dan standplaatsen en op andere plaatsen dan op de kramen moet in verband met de orde op de markt verboden zijn. Een uitzondering wordt gemaakt voor het verstrekken van geringe eetwaren en dranken aan standhouders. Artikel 32 Het is noodzakelijk het gebruik van geluidversterkende apparatuur op de markt te regelen teneinde te voorkomen dat een kakofonie ontstaat die de orde op de markt niet ten goede komt. Koper en verkoper moeten elkaar blijven verstaan zonder door mechanisch versterkt geluid steeds onderbroken te worden. Uitzonderingen moeten mogelijk blijven, v.b. voor kooplieden die juist geluidsapparatuur of cd's verkopen. Artikel 33 Het berijden van voertuigen op de markt of het aan de hand meevoeren daarvan is, zeker bij enige drukte op de markt, uiterst hinderlijk voor de marktbezoekers. In de nabijheid van de markt is voldoende ruimte om het betreffende voertuig te stallen. Het op de markt rijden met een rolstoel, al dan niet electrisch aangedreven, blijft natuurlijk altijd mogelijk. Artikel 34 Ter voorkoming van verstoring van de orde op de markt is het maken van propaganda op de markt verboden. Hieronder valt ook die propaganda die wordt beschermd door artikel 7 van de Grondwet. Door de beperking naar tijd (van 8.30 of 9.00 uur tot 14.00 uur) en plaats (op het marktterrein) is zulks mogelijk. Artikel 35 Het feit dat de standplaatshouders voor afvoer van zijn afval dient te zorgen en zijn standplaats schoon moet opleveren behoort voor zich te spreken. Zulks blijkt evenwel niet altijd het geval te zijn, reden waarom deze bepalingen zijn opgenomen. Artikel 36 Het doel van het in dit artikel bepaalde is de reinheid op de markt te bevorderen, zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat de markt wordt vervuild met servetjes, papieren zakjes en soortgelijke zaken die gebruikt plegen te worden bij het nuttigen van ter plaatse gereed gemaakte kleine eet- en drinkwaren. Artikel 37 Met het in dit artikel bepaalde wordt beoogd de hygiëne op de markt ten behoeve van de consument te bevorderen. Het in dit artikel bepaalde is uiteraard niet van toepassing als een andere hogere regeling al regels heeft gesteld (Warenwet). Artikel 38 Het in dit artikel bepaalde dient om de consument de gelegenheid te bieden rechtstreeks te reclameren bij degene die hem/haar een bepaalde zaak heeft verkocht. De tussenkomst van de marktmeester of een ander die noch met de levering noch met de reclame iets van doen heeft, wordt hiermee voorkomen. Artikel 39 Met dit artikel wordt beoogd de consument kennis te laten nemen van de verrichtingen van de standplaatshouder met de weegapparatuur, zodat de eerste niet voor verrassingen komt te staan. Omtrent de deugdelijkheid van de weegapparatuur zijn eisen gesteld bij en krachtens de IJkwet 1937. Artikel 40 Evenals het vorige artikel dient dit ertoe te voorkomen dat de consument voor onplezierige verrassingen komt te staan. Hoofdstuk 4: straf- en slotbepalingen Artikel 41 Ter handhaving van de openbare orde kan het noodzakelijk zijn dat een standplaatshouder moet worden verwijderd, zulks op een van de gronden in dit artikel vermeld. Dit artikel moet voor die ogenblikkelijke verwijdering, die desnoods met behulp van de sterke arm kan plaatsvinden, de juridische basis bieden. Van deze bevoegdheid zal slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik moeten worden gemaakt. Artikel 42 In dit artikel zijn de bestuursrechtelijke sancties opgenomen die kunnen worden toegepast bij overtreding van de verordening anders dan in zeer bijzondere gevallen als bedoeld in artikel 41. In de praktijk zal het er op neer komen dat of de bestuursrechtelijke sancties wordt toegepast of de strafrechtelijke als bedoeld in artikel 44. Artikel 43 Rechten die zijn vervallen wegens wanbetaling moeten pas weer terugverkregen kunnen worden als aan de wanbetaling een einde is gemaakt. Artikel 44 en 45 Deze artikelen spreken voor zich zelf. Artikel 46 Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid de uitvoering van de bepalingen van deze verordening op te dragen aan gemeente-ambtenaren (delegatie). Iemand die het met een dergelijk besluit niet eens is kan hiertegen schriftelijk beroep instellen bij burgemeester en wethouders. Artikel 47 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel