Wanneer een cliënt problemen met het vervoer heeft, die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen, wordt eerst door een medewerker van het Voormekaar team nagegaan en beoordeeld of de collectieve vervoersvoorziening ZOOV een geschikte oplossing is, voordat
een individuele maatwerkvoorziening wordt overwogen.
ZOOV is voorliggend op een individuele maatwerkvoorzieningen zoals gebruik van (individuele service-) taxi. Een individuele maatwerkvoorziening wordt vaak genoemd als de meest wenselijke oplossing. Het is echter niet altijd de goedkoopst compenserende oplossing. Alleen wanneer, op basis van medisch advies, is vastgesteld dat ZOOV voor deze cliënt niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen) kan de instantie die ZOOV aanstuurt, gevraagd worden individuele ritten te verzorgen.
De eventuele verstrekking voor (individuele service-) taxiritten is gebaseerd op jurisprudentie waarin is gesteld dat een cliënt 1500 tot 2000 km moet kunnen reizen, waarbij in acht wordt genomen dat als cliënt met het reguliere openbaar vervoer of de regiotaxi had kunnen reizen hij ook kosten had gemaakt.
Bij cliënten met een loopafstand van minder dan 100 meter zal een medewerker van het Voormekaar team beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een vervoersvoorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstand.
Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter, maar minder dan 800 meter, zal een medewerker van het Voormekaar team beoordelen of een voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is. De kosten voor het gebruik van een eigen auto komen in principe niet
meer voor vergoeding in aanmerking. Immers iedere autobezitter heeft de normale gebruikskosten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.10
Collectief vervoer versus individueel vervoer
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Berkelland 2017