Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.8

Vervoersbehoefte

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Berkelland 2017

De Wmo 2015 heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. Vervoer speelt daarbij een belangrijke rol. Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer gaan wij met hem/haar na of en welke beperkingen hij/zij heeft en wat de vervoersbehoefte is. Een medewerker van het Voormekaar team bekijkt samen met de cliënt in hoeverre: zelf in de eigen vervoersbehoefte kan worden voorzien, hulp kan worden ingeschakeld van het eigen netwerk, gebruik kan worden gemaakt van een collectieve voorziening (ZOOV) of dat een maatwerk voorziening noodzakelijk is. Bij het bepalen van de toepasselijke vervoersbehoefte gaat het niet om de vraag hoe vaak een cliënt een bepaalde bestemming wil bereiken, maar om de vraag hoe vaak hij dat moet kunnendoen om deel te nemen aan het 'leven van alledag' en om de daarvan deel uitmakende wezenlijke sociale contacten te onderhouden. Wat mensen normaal gesproken van dag tot dag plegen te doen c.q. zouden doen wanneer het gaat om zichzelf (buitenshuis) te verplaatsen (ook gelet op hun financiële capaciteit) is uitgangspunt bij de beoordeling van aanvragen voor vervoersvoorzieningen. Indien hierbij beperkingen worden ondervonden dienen deze beperkingen te worden verminderd om een sociaal isolement te voorkomen. Aan de hand van de vervoersbehoefte beoordeelt het Voormekaar team of deze behoefteingevuld kan worden met ZOOV. Hierbij wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en behoeften van de cliënt, die worden vastgelegd in een persoonlijk reizigersprofiel.

Rechtspraak bij dit artikel