Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

a

Onderdeel van Bezoldigingsverordening gemeente Heusden 2001

Aflopende toelage Aan een ambtenaar, van wie de bezoldiging als gevolg van buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, die werd toegekend wegens het verrichten van onregelmatige dienst, een blijvende verlaging ondergaat, welke ten minste 3% bedraagt van het salaris vermeerderd met de toelage(n), wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij de eerstgenoemde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De ambtenaar die de leeftijd van 59 jaar heeft bereikt en de toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten wordt een blijvende toelage toegekend. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. De duur van de aflopende toelage bedraagt één kwart van de periode dat men de toelage heeft gekregen met een maximum van drie jaar. Het bedrag van de aflopende toelage bedraagt: het eerste jaar 75% van het verschil tussen enerzijds de gemiddelde toelage in de 12 maanden direct voorafgaande aan de beëindiging of de vermindering en anderzijds de toelage na de inkomensdaling; het tweede jaar 50% van dat verschil; het derde jaar 25% van dat verschil. Indien de ambtenaar ten gevolge van (her)waardering van de door hem beklede functie ingeschaald wordt in een hogere salarisschaal, wordt de aflopende toelage verrekend met de hogere bezoldiging en slechts uitbetaald voor zover die aflopende toelage de bezoldiging overschrijdt.

Rechtspraak bij dit artikel