**1..** Onverminderd artikel 13 en 14, informeert een subsidieontvanger de subsidieverlener onverwijld schriftelijk over:
iedere gebeurtenis of ontwikkeling waardoor de financiële situatie van de subsidieontvanger substantieel verslechtert;
de uitkomst van de jaarlijkse controle, bedoeld in artikel 3.2.3 van het Besluit Jeugdwet;
het ontstaan van wachttijden, waarbij voor de wettelijke kaders evenals de certificering in acht worden genomen en voor preventieve jeugdbescherming geldt dat het een wachtlijst betreft als de wachttijd langer dan 21 kalenderdagen is, en
het ontstaan van dan wel de reeële verwachting van het ontstaan van een overschrijding van het subsidieplafond.
**2..** De subsidieontvanger behoeft de voorafgaande toestemming van de subsidieverlener voor:
de rechtshandelingen genoemd in artikel 4:71, eerste lid, onder a tot en met f en h tot en met j, van de Algemene wet bestuursrecht;
een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
samenwerking bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten met andere onderaannemers dan degene die bij inschrijving zijn genoemd;
substantiële wijziging met betrekking tot het voldoen aan in de subsidietenderleidraad in hoofdstuk 3 [uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, en overige vereisen], genoemde bescheiden.
**3..** De subsidieverlener kan de subsidieontvanger bij de beschikking ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger
Onderdeel van Subsidieregeling VT-JB-JR Utrecht 2018