Bij woonoverlast gaat het om klachten, deze klachten zijn subjectief van aard. Van belang is dat deze klachten zoveel mogelijk worden geobjectiveerd, alvorens kan worden overgegaan tot het opleggen van een maatregel. Om dit te kunnen doen is een checklist ontwikkeld, welke is toegevoegd als bijlage I aan deze beleidsregels. Deze checklist maakt het mogelijk om de informatie te verwerken uit het dossier om vervolgens te beoordelen of een gedragsaanwijzing kan worden opgelegd, maar ook wat de inhoud van deze gedragsaanwijzing moet zijn. Er wordt met de checklist geprobeerd de subjectieve elementen van woonoverlast te objectiveren en te beoordelen wanneer de hinder ernstig en herhaaldelijk is. Er wordt ook gekeken naar welke stappen zijn gezet door de personen die woonoverlast ervaren. Verder verplicht de checklist alle feiten en omstandigheden mee te nemen en een belangenafweging te maken alvorens wordt overgegaan tot het opleggen van een gedragsaanwijzing. Omdat het gaat om een ingrijpend middel is ervoor gekozen om een advies op te nemen richting de overlastveroorzaker, op welke manier de overlastveroorzaker kan voldoen aan de inhoud van de gedragsaanwijzing. Omdat het soms gaat om overlastveroorzakers die bij het verminderen dan wel beëindigen van de woonoverlast behoefte hebben aan wat tools en aanwijzingen, zodat zij de last kunnen uitvoeren. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) eist immers dat iemand het in zijn macht moet hebben de last na te komen. Er zijn gevallen waar de overlastveroorzaker wellicht zelfstandig de last niet kan nakomen, maar met hulp door middel van een advies dit wel lukt.
Omdat de kans aanwezig is dat met het opleggen van een gedragsaanwijzing een inbreuk wordt gemaakt op grondrechten is het tevens van belang om met de checklist te werken. De checklist eist dat wordt gekeken naar welke andere, minder ingrijpende, stappen zijn gezet om de woonoverlast tegen te gaan. En daaruit moet blijken dat deze niet het gewenste doel hebben bereikt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5