Naar hoofdinhoud
Het ervaren van hinder is zowel zeer feitelijk als subjectief. Wat de één als hinder ervaart, ziet de ander als vanzelfsprekend. Denk daarbij aan het wonen in het centrum van een stad. Het geluid dat door uitgaanspubliek wordt veroorzaakt kan worden aangemerkt als hinder, maar dit hoort bij het wonen in een dergelijk gebied. Het komt dus voor dat er wel degelijk hinder is, maar dat deze hinder niet zodanig is dat dit gekwalificeerd wordt als ernstige hinder. Van belang is echter om voor zover mogelijk te omschrijven wanneer een gedraging aangemerkt kan worden als ernstige en herhaaldelijke hinder, dit in het kader van de rechtszekerheid. De burger dient immers te weten waar hij aan toe is. Bij woonoverlast gaat het vaak om hinder tussen buren. De bepalingen omtrent burenrecht zijn opgenomen in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In artikel 37 van Boek 5 BW is een kernbepaling opgenomen over hinder. Dit artikel moet in samenhang gelezen worden met artikel 162 van Boek 6, de onrechtmatige daad bepaling. Om te voldoen aan de eisen die worden gesteld, dient er dus sprake te zijn van onrechtmatige hinder. De Hoge Raad heeft in een aantal arresten wel een leidraad gegeven hoe hiermee om te gaan. Of er sprake is van onrechtmatige hinder is afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval. Onder de omstandigheden van het geval worden onder andere de plaatselijke omstandigheden geschaard. Zo zal bijvoorbeeld meer hinder moeten worden geduld door degene die in de stad woont, dan bij het wonen op het platteland. Verder kijkt de rechter naar het tijdstip waarop de klagende partij zich op de plaats waar de hinder zich voordoet, heeft gevestigd. Is de hinder na de vestiging ontstaan, dan is er meer reden om de gedragingen als onrechtmatig aan te merken. Verder speelt ook de noodzaak van de hinder toebrengende handeling een rol. Wanneer bepaalde activiteiten noodzakelijk zijn, zal de klagende persoon niet snel een vordering tot beëindiging van onrechtmatige hinder ontvangen. Er zijn veel vormen van overlast en hinder. Denk daarbij aan geur - en geluidsoverlast. Maar ook vernielingen van andermans eigendommen, pesten en discrimineren kunnen onder het begrip hinder worden geschaard. Zoals eerder aangegeven hebben we te maken met de belevingswereld van mensen, dit leidt ertoe dat ieder mens de aanwezigheid van dergelijke storende factoren anders ervaart. Of er wel of geen sprake is van hinder en of deze hinder onrechtmatig is, is dus subjectief. Dit maakt het ook lastig om te bewijzen dat de hinder onrechtmatig is. Artikel 151d van de Gemeentewet stelt echter niet de eis dat de hinder onrechtmatig moet zijn, de hinder moet ernstig en herhaaldelijk zijn. Deze twee bepalingen zijn niet nader gedefinieerd in artikel 151d van de Gemeentewet. Om die reden is het van belang om deze bepalingen te vertalen van het subjectieve naar het objectieve. Voor wat betreft de bepaling herhaaldelijk kan aansluiting gezocht worden bij hetgeen in het burenrecht is bepaald over de duur van de gedraging. Dit kan gekoppeld worden aan de herhaaldelijkheid van de gedraging die als voorwaarde is opgenomen in artikel 151d van de Gemeentewet. Naar aanleiding van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat ondanks het ontbreken van een definitie van de hinderbepaling in artikel 151d van de Gemeentewet er andere wet - en regelgeving alsmede richtlijnen voorhanden zijn die gebruikt kunnen worden om het begrip hinder te objectiveren. Het burenrecht biedt hierbij uitkomst. Echter dient steeds per geval beoordeeld te worden of sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder. Verder helpt het dat in sommige gevallen een klacht wordt onderbouwd door een rapport. Denk daarbij aan klachten van geluidsoverlast, een rapport hierover van de woningbouwvereniging of bewonersvereniging draagt bij aan het objectiveerbaar maken van de klacht. De persoon die hinder ondervindt heeft zelf een verantwoordelijkheid om een dossier te vormen, denk daarbij aan het bijhouden van de momenten wanneer de overlast wordt ervaren. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van de buren, het is niet de bedoeling dat daar een inbreuk op wordt gemaakt. Denk daarbij aan het ophangen van camera's gericht naar de woning van de buren. Het bovenstaande is vertaald in de checklist. De checklist biedt handvatten om vast te stellen of sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel