In deze beleidsregels wordt verstaan onder een woning, de ruimte die voor bewoning wordt gebruikt, zoals een eengezinswoning, appartement, een woonwagen, woonschip, woonkeet en andere voor bewoning te gebruiken ruimte. Het bijbehorende erf wordt geacht daarvan deel uit te maken. De gezamenlijke ruimte horende bij een wooneenheid valt hier ook onder, denk daarbij aan een trappenhal portiek dan wel gezamenlijke kelderruimte. Gedragingen die in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf plaatsvinden, vallen ook onder de reikwijdte. Denk daarbij aan gedragingen op het trottoir en of op straat ter hoogte van of vlakbij de woning. Dit betekent dus ook dat de hond die steeds blaft in de straat tot ernstige en herhaaldelijke hinder kan leiden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.