In deze paragraaf wordt summier het wettelijke kader geschetst op grond waarvan gemeen-ten hun treasuryfunctie uitoefenen.
De wettelijke grondslag is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de hiermee samenhangende wetgeving: Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden, Uitvoeringsregeling decentrale overheden, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), de regeling ontheffing gemeentelijke kredietbanken en nazorgfondsen en de Wet Integraal schatkist-bankieren decentrale overheden.
Wet fido
Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat men bedachtzaam om dient te gaan met publieke middelen. Dit betekent dat risicobeheersing van groot belang is. Dat uit zich bij het uitzetten van middelen in een tweetal eisen voor het treasurybeleid:
De eerste eis is dat het verstrekken van leningen evenals het verlenen van garanties alleen zijn toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak (Wet fido, art. 2, 1e lid).
De tweede eis houdt in dat uitzettingen van middelen die tijdelijk niet nodig zijn voor de publieke taak een prudent karakter moeten hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico (Wet fido, art. 2a, 2e lid).
Naast de uitoefening van de publieke taak en het prudente karakter bevat de Wet fido normen voor het beheersen van risico’s op kort- en langlopende leningen:
Kasgeldlimiet
Het doel van de kasgeldlimiet is een grens te stellen aan korte financiering (kleiner of gelijk één jaar). Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten.
De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Hierbij geldt een minimumbedrag van
€ 300.000,=.
In de Wet fido wordt het gemiddelde korte financiering (netto vlottende schuld) per drie maanden getoetst aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (groter dan één jaar). Dit kan door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vast percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal.
Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover ren-terisico wordt gelopen. Naast renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinanciering van de aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm.
1.
Artikel 1.2.
Wet- en regelgeving
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tiel houdende regels omtrent het Treasurystatuut gemeente Tiel 2017