Uitgangspunten risicobeheer
Het beheersen, beperken en spreiden van risico’s neemt in dit Statuut een belangrijke plaats in. Het risicomanagement is in dit verband gericht op het inzichtelijk maken van huidige en toekomstige risico’s binnen treasuryprocessen en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. Daarbij wordt ten minste voldaan aan de risiconormeringen zoals die in het Statuut zijn opgenomen. Onder deze risico’s wordt verstaan: renterisico’s (vaste en vlottende schuld), koersrisico’s, kredietrisico’s of debiteurenrisico’s, intern liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s.
Artikel 2.
Om de risico’s te beheersen worden hieronder de volgende algemene uitgangspunten weergegeven:
De gemeente mag leningen, rekening-courantverstrekkingen of garanties uitsluitend uit hoofde van de publieke taak verstrekken aan derde partijen tegen acceptabele voorwaarden. Vooraf wordt bij de Treasurer advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende tegenpartij.
De gemeenteraad bepaalt binnen het kader van de wet- en regelgeving gemotiveerd en transparant wat onder een publieke taak dient te worden verstaan.
In de treasuryparagraaf van de begroting wordt aangegeven bij welke instellingen uit hoofd van de publieke taak de gemeente het voornemen heeft middelen uit te zetten en wordt de keuze voorzien van een onderbouwing. In de treasuryparagraaf bij de jaarrekening wordt aangegeven of zich in het verslagjaar belangrijke ontwikkelin-gen in de kredietwaardigheid van de betreffende instellingen hebben voorgedaan.
De derde partijen aan wie leningen, rekening-courantverstrekkingen of garanties zijn verstrekt, dienen jaarlijks een jaarverslag bij de gemeente in te dienen. Ook moeten de saldobevestigingen van de gewaarborgde geldleningen aan de gemeente verstrekt worden.
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzet-tingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit Statuut en de Wet fido.
Overtollige middelen worden conform de Wet Schatkistbankieren uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat, lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke diensten, rekening houdend met het gestelde in artikel 2 lid 5.
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Belegging in onroerend goed is uit het oogpunt van het te lopen risico niet toegestaan.
Beleggingen in aandelen, opties en vreemde valuta zijn niet toegestaan, met uitzondering van de aankoop van aandelen in het kader van de publieke taak.
De gemeente verstrekt geen leningen aan (voormalig) gemeentepersoneel of (voor-malig) politieke ambtsdragers. Bestaande overeenkomsten worden gerespecteerd.
Van deze uitgangspunten kan in noodsituaties, na overleg met de treasurycommissie, worden afgeweken waarbij de overwegingen om te komen tot een afwijking schriftelijk worden vastgelegd en door het college van Burgemeester en Wethouders worden bekrachtigd.
Renterisicobeheer
Renterisico is het gevaar van ongewenste effecten op de financiële resultaten van de gemeente die voortvloeien uit renteontwikkelingen. Het beleid van het renterisicobeheer is er op gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn te bevorderen.
De Wet fido geeft voor het beheersen van de renterisico’s concrete richtlijnen, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Artikel 3.
De gemeente voert het renterisicobeheer als volgt uit:
Rente-instrumenten worden uitsluitend toegepast voor het verminderen of ten be-hoeve van een spreiding van het renterisico.
Het te voeren en gevoerde beleid met betrekking tot het renterisicobeheer wordt toegelicht in de treasuryparagraaf van de begroting, de jaarrekening en in tussentijdse rapportages.
De gemeenteraad stelt jaarlijks in de treasuryparagraaf van de begroting een rentevisie vast, die gebaseerd is op de rentevisie van tenminste één vooraanstaande fi-nanciële instelling, waaronder die van de huisbankier.
Het renterisico op de korte schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet volgens de Wet fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend.
Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm volgens de Wet fido.
Nieuwe leningen, uitzettingen of vervroegde aflossingen van bestaande leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie van de gemeente, op de opge-stelde liquiditeitsplanning en op de actuele rentestand.
De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijd van de aangetrokken middelen en uitzettingen. De spreiding wordt afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
Koersrisico
Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële vast activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de gemeente in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen.
Artikel 4
Om de koersrisico’s bij uitzettingen uit hoofde van treasury te vermijden, wordt uit-sluitend gebruik gemaakt van producten zoals genoemd in artikel 10.
De koersrisico’s worden verder beperkt door de looptijd van de uitzettingen op de liquiditeitsplanning af te stemmen.
Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer)
Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van bijvoorbeeld een faillissement.
Artikel 5
Bij het verstrekken van leningen of garanties worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.
Voor elk voornemen tot het verstrekken van een lening of garantie geeft de Treasu-rer een (financieel) advies waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de “vragende” partij wordt beoordeeld.
De B.W.B. is verantwoordelijk voor het tijdig uitvoeren van de incassoactiviteiten volgens de gemeentelijke belastingverordeningen, de gemeentelijke regels en de In-vorderingswet 1990.
De regels met betrekking tot de invorderingsactiviteiten zijn neergelegd in de Leid-raad invordering gemeentelijke belastingen 2017 van de gemeente Tiel.
Voor onder andere de inning van Onroerend Zaak Belasting, Hondenbelasting Rioolrechten en Reclamebelasting is de Belasting Samenwerking Rivierenland (B.S.R.) ver-antwoordelijk.
De B.W.B voert analyses uit op de debiteurenportefeuille en rapporteert minimaal twee maal per jaar naar aanleiding hiervan aan het management team.
Intern liquiditeitsbeheer
Artikel 6
De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsplanning in relatie tot de bestaande leningenportefeuil-le, grondexploitaties en het meerjarige investeringsprogramma.
Bij het aantrekken en uitzetten van middelen wordt de liquiditeitsplanning herzien, waarbij ook rekening wordt gehouden met de middellange termijn (4 – 15 jaar).
Afhankelijk van het in artikel 6 lid 2 gestelde, wordt er minimaal een keer per kwar-taal een liquiditeitsplanning opgesteld, die een periode tot aan het eind van de be-grotingscyclus bestrijkt.
Daarnaast wordt een liquiditeitsplanning met een looptijd van minimaal vier jaar ge-hanteerd. Deze wordt geactualiseerd bij het opstellen van de begroting.
In de jaarrekening wordt over de ontwikkeling van de liquiditeitspositie van betreffend jaar gerapporteerd.
Valutarisicobeheer
Dit risico kan ontstaan door de waardedaling van een koers van valuta.
Artikel 7
De gemeente loopt door middel van uitzettingen geen valutarisico.
Gelden worden uitsluitend aangetrokken, uitgezet of gegarandeerd in de Euro.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Risicobeheer
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tiel houdende regels omtrent het Treasurystatuut gemeente Tiel 2017