Financiering is een deelfunctie van treasury en omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheren van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor de realisatie van voorgenomen investeringen en uitvoering van activiteiten. In dit Statuut valt onder financiering het onderhouden van de relatie met financiële instellingen, waarbij het zowel gaat om financiering korter dan één jaar (geldmarkt) en financiering langer dan één jaar (kapitaalmarkt).
Aantrekken van lang vermogen
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten.
Artikel 8
Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.
Autorisatie voor het aantrekken van nieuwe leningen gebeurt conform het gestelde in het Handboek, met dien verstande dat de portefeuillehouder financiën wordt geinformeerd over de geplande financieringen.
Financieringen met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door in eerste instantie gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen, zoals het inzetten van financieringsoverschotten van de overige B.W.B. gemeenten. Dit om de renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren.
Toegestaan instrument bij het aantrekken van financieringen is de onderhandse lening.
De Treasurer vraagt schriftelijk offertes op bij minimaal twee financiële instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken.
Voordat de Treasurer besluit tot het aantrekken van middelen autoriseert de controller van de gemeente het voorgenomen besluit.
Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt.
Het aantrekken van lang vermogen dient voor ieder bedrag achteraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Afwijkingen van bovenstaande punten dienen door de treasurycommissie te worden goedgekeurd.
Aantrekken van kort vermogen
Bij het aantrekken van financieringen korter dan één jaar gelden dezelfde uitgangspunten zoals die in artikel 8 zijn benoemd. Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 9
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen met een looptijd korter dan één jaar zijn de kredietfaciliteit in de rekeningcourant bij de huisbankier, call- of daggeld en kasgeld.
Het aantrekken van financieringen tot en met een bedrag van € 10.000.000,= voor een periode kleiner of gelijk aan één jaar kan zonder goedkeuring van het college van Burgemeester en Wethouders door de treasurer worden uitgevoerd.
Het aantrekken van financiering boven een bedrag van € 10.000.000,= voor een periode kleiner of gelijk aan één jaar dient achteraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Uitzettingen
Voor uitzettingen van overtollige financieringsmiddelen gelden de volgende uitgangspunten.
Artikel 10
Toegestane financieringsinstrumenten bij het uitzetten van gelden zijn rekening – courant, deposito schatkist, spaarrekening, onderhandse leningen aan ander decentrale overheden.
Bij een financieringsoverschot wordt in eerste instantie naar interne aanwending gekeken, om zo eventuele financieringstekorten bij de andere B.W.B. gemeenten op te lossen.
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode één jaar en langer geldt, naast de voorwaarden van artikel 2,3,4 en 5, dat de gemeente bij tenminste 2 ondernemingen een schriftelijke offerte vraagt. Daarbij moet er op worden gelet dat er geen conflict ontstaat met het schatkistbankieren (artikel 12 en 13).
Middelen die aangehouden worden bij de schatkist, kunnen binnen de schatkist geplaatst worden op een depositorekening. De looptijd hiervan is minimaal 2 dagen en maximaal 10 jaar met de mogelijkheid tot vervroegd vrijvallen tegen de actuele marktwaarde, zoals berekend in bijlage 1 van de Regeling rekening-courant- en leningenbeheer van het Rijk.
De maximale looptijd van uitzettingen bedraagt 10 jaar.
In het specifieke geval van leningen aan woningcorporaties geldt de aanvullende eis vanuit de wet Fido. De gemeente is in dit geval verplicht minimaal dezelfde eisen te stellen als het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
Voordat de Treasurer besluit tot het uitzetten van middelen autoriseert de controller van de gemeente het voorgenomen besluit.
Het uitzetten van financieringen tot en met een bedrag van € 5.000.000,= voor een periode kleiner of gelijk aan één jaar kan zonder goedkeuring van het college van Burgemeester en Wethouders door de treasurer worden uitgevoerd.
Het uitzetten van financiering boven een bedrag van € 5.000.000,= voor een periode kleiner of gelijk aan één jaar dient achteraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Voor het uitzetten financieringsmiddelen met een looptijd van meer dan één jaar dient in alle gevallen achteraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Relatiebeheer
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 11
De Treasurer beoordeelt één keer in de vier jaar de bankrelaties aan de hand van de algemene voorwaarden en de bancaire condities.
Bankrelaties dienen wat hun kredietwaardigheid betreft minimaal een AA-rating hebben.
Financiële instellingen (banken, kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effectinstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen statutair in Nederland gevestigd te zijn. Bovendien dienen zij onder Nederlands toezicht te te vallen, bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank of de Verzekeringskamer.
Tussenpersonen moeten geregistreerd staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.
Het beheer van relaties met financiële instellingen, waaronder bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de Treasurer.
Hier onder wordt verstaan:
Het beheer van rekeningen bij verschillende bancaire instellingen, waarbij wordt gestreefd naar een zo klein mogelijk aantal rekeningen om de transparantie te vergroten.
Het zorgdragen voor voldoende kredietfaciliteit bij verschillende bancaire instellingen.
Het zorgdragen voor informatie bij financiële instellingen over verdeling van bevoegdheden binnen de gemeente ten behoeve van een efficiënte afhandeling en het minimaliseren van risico’s van transacties.
Het onderhouden van contacten met banken, instellingen en (geld)makelaars ten behoeve van de toegang tot en van kennis over de ontwikkelingen in de financiële markten
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.
Financiering
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tiel houdende regels omtrent het Treasurystatuut gemeente Tiel 2017