Naar hoofdinhoud

Artikel 6,

7 en 8. Rangschikking aanvragers

Onderdeel van Uitvoeringsregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Limburg Noord

Het college onderscheidt gecertificeerde instellingen die gericht zijn op generale uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering (artikel 6), en gecertificeerde instellingen die specifiek gericht zijn op uitvoering van maatregelen waarin LVB problematiek speelt (artikel 7) of het jeugdigen zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen betreft (artikel 8). De gecertificeerde instelling bepaalt onder welke noemer ze een aanvraag indient, en gaat bij de indiening van deze aanvraag in op de gestelde eisen in artikel 6 lid 2 én de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 11 van deze regeling. Subsidie wordt verstrekt aan de aanvrager die het hoogst eindigt in de door het college aangebrachte rangschikking van de aanvragen ingediend onder artikel 6, respectievelijk artikel 7, respectievelijk artikel 8. Hierbij worden per cluster in artikel 6 lid 2 geformuleerde eisen punten toegekend aan de wijze waarop op de vereisten wordt ingegaan. Er zijn maximaal 100 punten te scoren, waarbij in artikel 14 is bepaald dat bij de rangschikking in elk geval een ondergrens van 60 punten moet zijn behaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel