1. Uitstallingen mogen in beginsel alleen voor de eigen winkelgevel (voor-, zij- of achtergevel) worden geplaatst, tenzij in overleg met eigenaren van aangrenzende panden anders is afgesproken, en alleen zo dat:
de toegang tot het pand zelf en tot naast- en bovenliggende woningen, instellingen en bedrijven te allen tijde wordt vrijgehouden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5;
de maximale diepte van de winkeluitstalling, inclusief gebruikte hulpmiddelen, met in achtneming van een minimale vrije loopruimte/doorgang op het trottoir van 1.20 meter, maximaal 1.50 meter mag bedragen en er in ieder geval geen belemmeringen ontstaan voor voetgangers en andere trottoirgebruikers;
de maximale diepte van de winkeluitstalling, inclusief de gebruikte hulpmiddelen, op een woonerf, zoals een deel van de Grotestraat te Goor, maximaal 1 meter mag bedragen en er in ieder geval geen belemmeringen ontstaan voor voetgangers en andere woonerfgebruikers;
de hoogte van de winkeluitstalling niet meer mag bedragen dan 2 meter.
De veiligheidseisen van artikel 5 van deze Nadere regels zijn onverkort van toepassing op de situering van alle soorten winkeluitstallingen.