**1.** De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en/of uitzettingen in vastrentende waarden;
**2.** Tevens beperkt de gemeente de koersrisico's door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de meerjaren-liquiditeitenplanning.
**3.** De gemeente moet alle overtollige middelen in de schatkist van het ministerie van Financiën aanhouden. Met uitzondering van 0,75% van het begrotingstotaal, hiervan mag de gemeente zelf bepalen waar dit wordt aangehouden.
**4.** Als alternatief voor het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist kan er voor gekozen worden om deze middelen in te zetten om schulden af te lossen of om aan elkaar (gemeenten, provincies en waterschappen) leningen te verstrekken. Voor dergelijke onderlinge kredietverlening geldt wel als voorwaarde dat er geen (verticale) toezichtrelatie mag bestaan tussen de betrokken decentrale overheden.