Naar hoofdinhoud
1.. Voor de uitvoering van het bepaalde in artikelen 3.3 en 3.4 wordt een plaatsingscommissie ingesteld, die het college, respectievelijk de ontvangende rechtspersoon adviseren over de te nemen plaatsingsbesluiten. 2.. Het college en de ontvangende rechtspersoon benoemen gezamenlijk de plaatsingscommissie zoals bedoeld in dit artikel. 3.. De plaatsingsadviescommissie bestaat bij een interne organisatiewijziging ten minste uit: De algemeen directeur, voorzitter; 1 lid van de gemeente die als verantwoordelijke van het organisatieonderdeel optreedt (ontvangende partij); 2 leden zijnde vakbondsbestuurders aangewezen door of namens de werknemersdelegatie van het GO en tevens zitting hebben in het plaatselijke georganiseerd overleg; Ter ondersteuning de HRM-adviseur en eventueel een inhoudelijk adviseur 4.. De commissie is bevoegd binnen het kader van het bepaalde in artikel 3.3 van dit Sociaal Statuut, nadere verfijning in de criteria aan te brengen gedurende het proces. 5.. De commissie heeft toegang tot alle relevante stukken, inclusief het personeelsdossier. 6.. De commissie heeft de volgende taken: controleren of de informatie zoals gesteld in artikel 3.1 van dit sociaal statuut aanwezig is; uitbrengen advies op basis van het functieboek voor de nieuwe organisatie; adviseren van het college over de plaatsing met daarbij een rapportage over hoe het proces is verlopen (belangstellingsregistratie, afspiegeling, plaatsing). 7.. De commissie neemt bij meerderheid besluiten. Bij staking van de stemmen beslist de voorzitter, waarbij het minderheidsstandpunt aangegeven wordt. 8.. Aan de plaatsingscommissie wordt door het college (en de ontvangende rechtspersoon) een secretariaat toegevoegd. 9.. De vergaderingen zijn besloten en alle informatie en wat wordt besproken is vertrouwelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel