1.. Het college ziet af van een verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

2.. Het college kan afzien van een verlaging als:

  • - de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden. Deze periode is niet van toepassing bij onverantwoord interen van vermogen;
  • - het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.

3.. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.