Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4

Verlaging gehuwden

Onderdeel van Verordening WWB verhoging-verlaging algemene bijstand

1. De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het kunnen delen van deze kosten met een ander. 2. De verlaging als bedoeld in het eerste lid: vindt niet plaats voor de gehuwden in wier woning uitsluitend inwonende kinderen verblijven, indien deze kinderen elk een inkomen hebben dat lager ligt dan het in artikel 21, onderdeel a van de wet genoemde normbedrag; bedraagt 6% voor de gehuwden in wier woning uitsluitend inwonende kinderen verblijven, indien tenminste één kind een inkomen heeft gelijk aan of hoger dan het in artikel 21, onderdeel a van de wet genoemde normbedrag. 3. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 15% voor de gehuwden die inwonen bij de ouder(s). 4. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de gehuwden waar op het tweede of derde lid niet van toepassing is: 6%, indien een zakelijke overeenkomst betreffende het gebruik van de woning wordt aangetoond dan wel de inwoning van derden invloed heeft op de hoogte van de huurtoeslag; 15%, indien geen zakelijke overeenkomst betreffende het gebruik van de woning wordt aangetoond. 5. In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, vindt geen verlaging als bedoeld in het eerste lid plaats voor de gehuwden, die een in hun woning verblijvende hulpbehoevende verplegen of verzorgen, dan wel die zelf hulpbehoevend zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel