Naar hoofdinhoud
1.. De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden. 2.. De voorzitter draagt er zorg voor, dat tegelijk met de oproeping dag en uur van de vergadering ter openbare kennis worden gebracht. De voorzitter draagt er zorg voor, spoedeisende gevallen uitgezonderd, dat het tijdstip, de plaats en de agenda van de vergadering ten minste één week voor de vergadering ter openbare kennis worden gebracht. 3.. De deuren worden gesloten wanneer ten minste eenvijfde deel van het aantal aanwezige leden het vordert of de voorzitter het nodig acht. 4.. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Het besluit daartoe behoeft de stemmen van tweederde der aanwezige leden. 5.. De commissie kan omtrent het in besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken, welke aan de commissie worden overgelegd, de geheimhouding opleggen. Zij wordt zowel door de leden die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door de leden die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen tot dat de commissie haar opheft. 6.. De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken, als bedoeld in het vorige lid, voorlopige geheimhouding opleggen. Hij geeft hiervan terstond kennis aan de commissie. 7.. De voorlopige oplegging van geheimhouding vervalt, zo zij niet aan de commissie in diens eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van het getal zitting hebbende leden tegenwoordig is, ter bekrachtiging wordt aangeboden. 8.. In geval van niet-bekrachtiging vervalt de voorlopige oplegging.

Rechtspraak bij dit artikel