Noch burgemeester en wethouders, noch de gemeenteraad nemen met betrekking tot een kerkelijk monument een beslissing ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk dan in overeenstemming met de eigenaar en zakelijk gerechtigde, indien en voor zover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstoefeningen in dat monument in het geding zijn.