Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Monumentenverordening

1.. Binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn, genoemd in het tweede, derde en vierde lid van artikel 5, beslist de gemeenteraad op het beroepschrift, gehoord de Monumentencommissie, indien deze, ingevolge het eerste lid van artikel 5, niet is gehoord en nadat degenen die zich in beroep tot de gemeenteraad hebben gewend in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaren mondeling toe te lichten voor een daartoe aangewezen commissie uit de raad. De raad kan zijn beslissing eenmaal voor ten hoogste twee maanden verdagen; hiervan wordt onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het beroep op de gemeenteraad heeft ingesteld. 2.. Houdt de beslissing van de gemeenteraad in, dat een monument ten onrechte op de monumentenlijst is geplaatst, dan schrappen burgemeester en wethouders het monument niet eerder van de lijst dan na het einde van de in artikel 9 van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen bedoelde termijn. Indien gedurende die termijn verzocht wordt om toepassing van artikel 80 van de Wet op de Raad van State, schrappen burgemeester en wethouders het monument niet van de lijst voordat op dat verzoek is beslist. 3.. Houdt een beslissing van de gemeenteraad in dat een monument ten onrechte niet op de monumentenlijst is geplaatst, dan gaan burgemeester en wethouders er onverwijld toe over het monument op de lijst te plaatsen. 4.. Van de beslissing van de gemeenteraad wordt onverwijld mededeling gedaan aan de appellant en voorts aan de eigenaren, zakelijk gerechtigden en de Monumentencommissie. 5.. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn verklaard, indien de gemeenteraad niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn – eventueel na verdaging – een beslissing heeft genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel