Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:

  • - vijf procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
  • - twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
  • - veertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
  • - honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.