**1.** Burgemeester en wethouders verstrekken slechts een laagrentende geldlening voor zover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen toereikend zijn.
**2.** Alle aanvragen om een laagrentende geldlening op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld.
**3.** Aanvragen om een laagrentende geldlening welke in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden verstrekt, worden door burgemeester en wethouders afgewezen.
**4.** De indiener van een aanvraag als bedoeld in het derde lid is bevoegd een dergelijke aanvraag in een volgend jaar opnieuw in te dienen.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vierde lid extra prioriteit toe te kennen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Artikel 1.5
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten