Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Artikel 1.5

Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten

1. Burgemeester en wethouders verstrekken slechts een laagrentende geldlening voor zover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen toereikend zijn. 2. Alle aanvragen om een laagrentende geldlening op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. 3. Aanvragen om een laagrentende geldlening welke in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden verstrekt, worden door burgemeester en wethouders afgewezen. 4. De indiener van een aanvraag als bedoeld in het derde lid is bevoegd een dergelijke aanvraag in een volgend jaar opnieuw in te dienen. 5. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vierde lid extra prioriteit toe te kennen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel