De laagrentende geldlening wordt niet verstrekt indien:
de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de eigenaar bij de gemeente een aanvraag om toekenning van een laagrentende geldlening heeft ingediend en hierop een besluit is genomen;
de kosten van de voorziening minder bedragen dan € 453,78;
de kosten van de voorzieningen door een verzekering worden gedekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Artikel 2.4
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten