**1.** De laagrentende geldlening ingevolge artikel 2.1 wordt alleen verstrekt wanneer:
het pand na het treffen van de voorzieningen uit een oogpunt van monumentenzorg aan redelijke eisen voldoet;
het pand afdoende en blijvend verzekerd is tegen schade ten gevolge van brand.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders toestaan dat de voorzieningen in fasen worden getroffen, nadat in de eerste fase tenminste de bouwtechnische gebreken van het gehele pand of een zelfstandig onderdeel ervan worden opgeheven.
**3.** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan een laagrentende geldlening worden verstrekt voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken, indien de voorzieningen in het belang van de instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Artikel 2.3
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten