1. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de
mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
2. Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van
de maatregel een maand.
3. De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Afdeling 1
Artikel 4
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ De Wolden 2013