1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in
de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn
zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe
feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of
c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
college of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een gestelde
termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13 van
IOAW/IOAZ.
Afdeling 1
Artikel 6
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ De Wolden 2013