Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 2

Artikel 11

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013

1. Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder artikel 10 van deze verordening, maar wel aangemerkt kunnen worden als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18 van de wet, leiden tot een maatregel. 2. Het college stelt in beleidsregels vast welke gedragingen kunnen worden aangemerkt als het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, als genoemd in het eerste lid. 3. Een maatregel op grond van het eerste lid wordt zo mogelijk afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag, met inbegrip van het onverantwoord bestede vermogen, gerelateerd aan de netto-bijstand, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden, onder vermelding van de hoogte van de maatregel overeenkomstig artikel 6 lid 2: a. benadelingsbedrag nihil of niet vast te stellen: eerste categorie van 5%; b. een benadelingsbedrag tot € 1000,-- leidt tot een maatregel van de tweede categorie van 10%; c. een benadelingsbedrag van € 1000,-- tot € 2000,-- leidt tot een maatregel van de derde categorie van 20%; d. een benadelingsbedrag van € 2000,-- tot € 4000,-- leidt tot een maatregel van de vierde categorie van 40%; e. een benadelingsbedrag van € 4000,-- of meer leidt tot een maatregel van de vijfde categorie van 100%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel