Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 6

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013

1. Voor de bepaling van de hoogte en duur van de maatregelen wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 2, derde lid, van deze verordening, een categorie-indeling gehanteerd. 2. De hoogte en duur van de maatregel zijn voor de onderscheiden categorieën: a. eerste categorie: vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; b. tweede categorie: tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; c. derde categorie: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; d. vierde categorie: veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; e. vijfde categorie: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 3. De duur of de hoogte van de maatregel wordt verdubbeld als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van artikel 3, tweede of derde lid. 4. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, belanghebbende zich voor een tweede keer schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie kan het college aan belanghebbende een maatregel opleggen van honderd procent van de bijstand gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 3, derde lid. 5. Op grond van bijzondere omstandigheden kan een volgens deze verordening vastgestelde maatregel, vanaf 20% van de bijstandsnorm, worden gehalveerd onder gelijktijdige verdubbeling van de duur van de maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel