1. Voor de bepaling van de hoogte en duur van de maatregelen wordt,
onverminderd het bepaalde in artikel 2, derde lid, van deze
verordening, een categorie-indeling gehanteerd.
2. De hoogte en duur van de maatregel zijn voor de onderscheiden
categorieën:
a. eerste categorie: vijf procent van de bijstandsnorm gedurende
een maand;
b. tweede categorie: tien procent van de bijstandsnorm gedurende
een
maand;
c. derde categorie: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende
een maand;
d. vierde categorie: veertig procent van de bijstandsnorm gedurende
een maand;
e. vijfde categorie: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende
een maand.
3. De duur of de hoogte van de maatregel wordt verdubbeld als de
belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een
besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt
aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie.
Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van artikel
3, tweede of derde lid.
4. Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een besluit
waarbij een maatregel is opgelegd, belanghebbende zich voor een
tweede keer schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit
dezelfde of een hogere categorie kan het college aan belanghebbende
een maatregel opleggen van honderd procent van de bijstand gedurende
maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is
opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 3, derde
lid.
5. Op grond van bijzondere omstandigheden kan een volgens deze
verordening vastgestelde maatregel, vanaf 20% van de bijstandsnorm,
worden gehalveerd onder gelijktijdige verdubbeling van de duur van
de maatregel.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 1
Artikel 6
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013