1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar uiterlijk
gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
raad een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
ieder geval:
- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
heffingen;
- de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
bevolkingsgroepen en belanghebbenden;
- de kostendekkendheid van de heffingen;
- de druk van de lokale belastingen en heffingen;
- het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.
2. De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
verstrekte dienst.
3. Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per
verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde
kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten.
4. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
bedrijven.
Titeldeel 3
Artikel 16