1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar uiterlijk
gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
raad een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan.
In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of
anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit
bepaald.
2. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een
inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college
brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de
risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid. Hierbij wordt
speciale aandacht gegeven aan:
a. tegenvallende rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;
b. tegenvallende resultaten uit grondexploitatie;
c. tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen;
d. lopende en te verwachten claims van derden;
e. nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde)
milieuverontreiniging;
f. overschrijding openeinde regelingen en subsidies;
g. dreigend faillissement van verbonden partijen;
h. dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties,
leningen of vorderingen uitstaan.
3. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre
schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met
de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.
Titeldeel 3
Artikel 17