Naar hoofdinhoud

Artikel 25

Verantwoordelijkheid voor verwijdering grafbedekking en voorwerpen na

Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Druten 2001

1. De op de graven geplaatste grafbedekking en/of voorwerpen moeten op eerste aanzegging van burgemeester en wethouders en binnen 3 maanden door en voor rekening van de vergunninghouder worden verwijderd, indien:a. zij zijn aangebracht in strijd met de bepalingen van deze verordening of de verleende vergunning;b. de vergunninghouder, na door burgemeester en wethouders schriftelijk te zijn gewaarschuwd, in gebreke blijft in het onderhoud overeenkomstig de bepalingen van deze verordening te voorzien. De vergunninghouder wordt geacht in gebreke te zijn, indien hij niet binnen 3 maanden aan de waarschuwing van burgemeester en wethouders heeft voldaan. 2. Bij nalatigheid vindt verwijdering van gemeentewege plaats. De grafbedekking en/of voorwerpen vervallen in dit geval aan de gemeente. 3. Losse beplanting, kransen e.d. kunnen, indien zij verwelkt zijn en nog niet door of vanwege de rechthebbende verwijderd zijn, zonder voorafgaande waarschuwing van een graf worden verwijderd door of vanwege de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel