**1.** De nabestaande die geen verzoek tot overschrijving der vergunning tot het uitsluitend gebruik van een grafruimte op grond van het bepaalde in artikel 10 vijfde lid heeft gedaan, of de rechthebbende of belanghebbende die van bedoelde vergunning ten behoeve van de gemeente afstand doet, is verplicht de op die grafruimte geplaatste grafbedekking en/of voorwerpen binnen 3 maanden na het vervallen van de vergunning te (doen) verwijderen.
**2.** Indien binnen de in het vorige lid gestelde termijn de grafbedekking niet is weggenomen, geschiedt zulks, na daartoe door burgemeester en wethouders gedane waarschuwing aan de nabestaande, vanwege de gemeente. Bij niet-verwijdering door of vanwege de nabestaande, wordt deze geacht afstand te hebben gedaan van alle voorwerpen en/of beplanting, welke zich op het graf bevinden.
**3.** In geval van overschrijving van een graf ten name van een andere rechthebbende, wordt de vergunning tot het hebben van voorwerpen en/of beplanting op dat graf van de datum van overschrijving af geacht te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende, die van dat tijdstip af aansprakelijk is voor de nakoming der uit bedoelde vergunning voortvloeiende verplichtingen.
Artikel 24
Verantwoordelijkheid voor verwijdering grafbedekking en voorwerpen na vervallen van de vergunning
Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Druten 2001