**1.** In deze verordening wordt verstaan onder:a. afstand van de gronden
aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente;b.
exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht of anderszins rechthebbende van een in een exploitatiegebied
gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
openbaar nut gebaat is;c. exploitatiegebied: een als zodanig door de
gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van
voorzieningen van openbaar nut;d. exploitatieovereenkomst: de
overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente
met een exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente
voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking
zal verlenen;e. aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de
gemeenteraad waarin overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet wordt
besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten
zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied,
aangevuld met een omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut
en een begroting van kosten en opbrengsten;f. voorzieningen van
openbaar nut: de in lid 2 vermelde werken en werkzaamheden binnen
een exploitatiegebied, alsmede buiten het exploitatiegebied voor
zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door
deze voorzieningen direct dan wel indirect worden gebaat;g.
medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of
met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
onroerende zaken worden gebaat.
**2.** De volgende werken en werkzaamheden worden in ieder geval beschouwd
als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:a.
riolering, met begrip van bijbehorende werken;b. wegen,
(gebouwde)parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen,
tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze
voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken;c. plantsoenen
en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en
inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de
sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;d. openbare verlichting
en brandkranen met de nodige aansluitingen;e. waterhuishoudkundige
voorzieningen, met inbegrip van drainagevoorzieningen.
**3.** Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd,
tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
overheidslichaam, of het college van burgemeester en wethouders
uitdrukkelijk heeft ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg
door de exploitant. Het college van burgemeester en wethouders neemt
geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat
gebleken is, dat een kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk
als financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld
en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen
voor een zodanige werkwijze bestaan.