Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Cultuurhistorieverordening 2010

De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 9 van deze verordening niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; binnen 18 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt. Het college gaat over tot intrekking nadat zij de houder van de vergunning gehoord heeft.

Rechtspraak bij dit artikel