1.. Het college kan bij het bepalen van de hoogte van de subsidie gebruik maken van nader vast te stellen normbedragen.

2.. Het college kan van deze normbedragen afwijken indien:

a de subsidieontvanger in een door het college te bepalen overbruggingsperiode het gevraagde subsidiebedrag in overeenstemming brengt met het genormeerde subsidiebedrag;

b het college van mening is dat stopzetting van de activiteit maatschappelijk onaanvaardbaar is of op langere termijn tot hogere kosten leidt;

c het college nadere eisen aan de activiteit stelt waardoor meerkosten ontstaan.