Kort gezegd is in dit kader relevant de wijziging van de wet per 1 januari 1992 waardoor ook een bezitter te kwader trouw tot eigenaar kan worden van in bezit genomen grond door verloop van een termijn van 20 jaar. Het gaat daarbij om het verjaren van de mogelijkheid van de eigenaar om via een rechtsvordering zijn zaak op te eisen van een ieder die haar zonder recht houdt om daarmee het bezit door die ander te beëindigen. De mogelijkheid om die rechtsvordering in te stellen verjaart na verloop van 20 jaar. Wanneer die termijn is verstreken, kan degene die dan bezitter is de eigendom van de zaak verwerven, ook al is hij te kwader trouw.
Deze verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat een niet-rechthebbende bezitter is geworden of de onmiddellijke opheffing kon worden gevorderd van de toestand waarvan diens bezit de voortzetting vormt.
Ter zijde zij vermeld dat de verjaringstermijn in geval van bezit te goeder trouw in gevolge de nieuwe wetgeving 10 jaar bedraagt. Uit de rechtspraak blijkt dat het te goeder trouw bezitten van grond zonder recht of titel in de praktijk nauwelijks wordt aangenomen. Eigenlijk kan alleen feilen in notariële akten en/of kadastraal feilen onder omstandigheden leiden tot een dergelijke verkrijgende verjaring.
Het stuiten van een lopende verjaring waardoor de verjaring ophoudt te lopen, is mogelijk door een schriftelijke aanmaning of door erkenning. Maar als dit niet leidt tot terugverkrijging van de eigendom doordat de bezitter vrijwillig diens bezit opgeeft, dan heeft de aanmaning alleen stuitende werking indien deze binnen zes maanden wordt gevolgd door een vordering in rechte of een handeling tot verkrijging van een bindend advies. Indien de aanmaning niet wordt gevolgd door een daad van rechtsvervolging, begint de dag na de aanmaning een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Die verjaringstermijn is niet langer is dan 5 jaar, maar verstrijkt nooit eerder dan de oorspronkelijke termijn zonder stuiting. Dit geldt ook ingeval van erkenning. Dit betekent dus dat als de gemeente na een aanmaning of een erkenning geen vervolgstappen zet, het verjaringsrisico mogelijk wel opschuift, maar in elk geval niet wordt weggenomen.
Artikel 2