**1..** Onder de naam rioolheffing worden geheven:
een heffing ter zake van het gebruik van de riolering voor dat
gedeelte van het afvalwater dat de hoeveelheid van 500
m3 niet te boven gaat (hierna aangeduid als:
rioolheffing kleinverbruik);
een heffing ter zake van het gebruik van de riolering voor het
afvalwater dat uitgaat boven de onder a bedoelde hoeveelheid van
500 m3 (hierna aangeduid als: rioolheffing
grootverbruik);
**2..** De rioolheffing kleinverbruik wordt geheven van degene die het genot
heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom van
waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
**3..** De rioolheffing grootverbruik wordt geheven van degene die, al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, het
gebruik heeft van een eigendom van waaruit afvalwater op de
gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
**4..** In afwijking van het tweede lid wordt met betrekking tot een roerende
zaak de rioolheffing kleinverbruik geheven van de gebruiker van het
eigendom.
**5..** Ingeval een eigendom een onroerende zaak is, wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene als zodanig
in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij geen
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**6..** Met betrekking tot de rioolheffing grootverbruik wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt.
ingeval een deel van een eigendom - niet zijnde een gedeelte als
bedoeld in artikel 1, tweede lid - ten gebruike is afgestaan:
degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011