Naar hoofdinhoud
1.. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten behoeft goedkeuring van alle deelnemende gemeenten. 2.. De deelnemende gemeenten kunnen gezamenlijk besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling. 3.. In het geval van opheffing stellen de gemeenten, op voorstel van de gemeente Haarlem, een liquidatieplan vast met daarin opgenomen de financiële gevolgen van de opheffing. Deze komen voor rekening van de deelnemende gemeenten gezamenlijk op de in artikel 7 lid 4 1e volzin vermelde wijze. 4.. Indien over het liquidatieplan als bedoeld in lid 3 geen overeenstemming wordt bereikt, wordt hierover advies gevraagd aan een door de gezamenlijke gemeenten aan te wijzen onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige worden naar rato verdeeld over de gemeenten. 5.. Een deelnemende gemeente kan tot uittreding besluiten. Uittreding vindt niet eerder plaats dan per 31 december van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van tenminste een jaar. 6.. De financiële gevolgen van uittreding, inclusief de daardoor ontstane wachtgeldverplichtingen, komen voor rekening van de uittredende gemeente. 7.. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van uittreding als bedoeld in lid 5, wordt voorafgaande aan die uittreding advies gevraagd aan een door de gezamenlijke gemeenten aan te wijzen onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel