Indien binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging sprake is van een herhaling van de verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de maatregel. Met de eerste verwijtbare gedraging wordt ook de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een maatregel dat wegens dringende redenen niet is geëffectueerd. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de maatregel is opgelegd, bekend is gemaakt.
Op basis van deze bepaling kan een recidive maatregel slechts één keer worden toegepast. Indien de belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom hetzelfde gedrag vertoont, zal de hoogte en de duur van de maatregel individueel moeten worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkenen.
Hoofdstuk 3 Niet nakomen van de inlichtingenplicht
In dit hoofdstuk worden drie vormen van het niet nakomen van de informatieplicht onderscheiden:
artikel 12: Het niet tijdig verstrekken van inlichtingen aan de gemeente. In deze situatie is artikel 17 IOAW of IOAZ van toepassing. Het college kan in dat geval het recht op uitkering opschorten en belanghebbende in de gelegenheid stellen binnen een door hem te stellen termijn het verzuim te herstellen. Het niet tijdig voldoen aan de informatieplicht vormt een schending van artikel 13 IOAW of IOAZ;
artikel 13: Het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen aan de gemeente, waardoor er ten onrechte een uitkering is verstrekt of een te hoog bedrag aan uitkering is verstrekt. Het opzettelijk verzwijgen van relevante informatie tegenover de gemeente met het oogmerk een (hogere) uitkering te krijgen (fraude) vormt een schending van de informatieplicht van artikel 13.
artikel 14: Het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen aan de gemeente zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkering. Ook in deze situatie heeft de uitkeringsgerechtigde niet voldaan aan de inlichtingenplicht van artikel 13 IOAW of IOAZ. Vanwege het ontbreken van gevolgen voor de uitkering wordt deze gedraging echter lichter gesanctioneerd.
Het kan ook voorkomen dat bepaalde gevraagde gegevens niet aan de gemeente worden verstrekt. In dat geval kan het college de rechtmatigheid van de uitkering niet vaststellen. De uitkering moet dan worden geweigerd (in de situatie dat een uitkering wordt aangevraagd) of het besluit tot toekenning van de uitkering moet worden ingetrokken (bij een lopende uitkering). Een voortgezette schending van de inlichtingenplicht hoort daarom niet tot de mogelijkheden. Een maatregel vanwege schending van de inlichtingenplicht wordt in beginsel dan ook opgelegd voor de duur van een maand.