Naar hoofdinhoud
Eerste lid In artikel 20, derde lid, van de IOAW en artikel 20, vierde lid, van de IOAZ is vastgelegd dat van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Door middel van de onderhavige bepaling is dit gebod ook in de verordening opgenomen. Tweede lid Hierin wordt geregeld dat het college geheel of gedeeltelijk kan afzien van het opleggen van een maatregel, indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Wat dringende redenen zijn, is afhankelijk van de concrete situatie en kan dus niet op voorhand worden vastgelegd. Derde lid Het doen van een schriftelijke mededeling dat het college afziet van het opleggen van een maatregel wegens dringende redenen is van belang in verband met eventuele recidive.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel