Burgemeester en wethouders maken een verslag van het
overleg.
Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
waarbij per onderwerp wordt aangegeven:
of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b
van toepassing is;
of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
bereikt;
de in het overleg door de deelnemers naar voren
gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing - de
zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde lid;
de door de portefeuillehouder Onderwijs in het overleg
toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke
voorstel.
Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan eveneens
een weergave opgenomen in het verslag.
Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
kunnen burgemeester en wethouders het verslag ter commentaar
toezenden aan de schoolbesturen. Binnen 10 dagen na de dag
waarop het conceptverslag is toegezonden, maken de
schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg
schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag
kenbaar. Burgemeester en wethouders stellen het verslag vast met
inachtneming van de opmerkingen.
Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktijdig met
het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad. Voor
zover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens het
overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in
het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de redenen aan van
het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen.