Het schriftelijke advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift of de klacht dient te beslissen.
Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid en artikel 9:11, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing, verdaagt hij, namens het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan, tijdig de beslissing.
Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
HOOFDSTUK II
Artikel 16
Het uitbrengen van advies en verdaging
Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften en klachten