De middelen ontvangen vanwege huur, onderhuur of het hebben van kostgangers gelden op grond van artikel 32 lid 1 WWB als inkomen. In artikel 33 lid 4 WWB wordt aangegeven dat als de belanghebbende een woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking worden genomen voorzover daarmee nog geen rekening is gehouden door middel van de toeslagenverordening
Gemeentelijk beleid
Op grond van de toeslagenverordening (artikel 25 en 26 WWB) leidt het delen van een woning met anderen tot een lagere toeslag voor een alleenstaande (ouder) of tot een verlaging voor gehuwden. De werkelijke inkomsten worden buiten beschouwing gelaten. Dit vereenvoudigt de uitvoering.
Alleen als de inkomsten uit (onder)huur of kostgeld veel hoger zijn, wordt hier wel rekening mee gehouden. Onder veel hoger wordt minimaal de maximaal te verstrekken toeslag verstaan.
De werkelijke inkomsten worden dan gekort op basis van artikel 19 en 32 WWB. Wel wordt hierbij rekening gehouden met de lagere toeslag of de verlaging die op basis van de toeslagenverordening wordt toegepast.
Als een belanghebbende de woning deelt met meerdere huurders, onderhuurders of kostgangers, kan de vraag zich voordoen of er sprake is van bedrijfsmatige activiteiten. In dat geval is het Bbz 2004 op hem van toepassing. Onderzocht moet of belanghebbende voldoet aan de criteria van artikel 1 onderdeel b Bbz 2004.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Korten inkomsten in verband met kamerhuur/kostgangers
Onderdeel van Beleidsregels WWB/WIJ