Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 24

Vergunning archeologische verwachtingsgebieden

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente eersel 2011

Het college kan vergunning verlenen voor graafwerk en bodemingrepen in archeologische verwachtingsgebieden. Aanlegvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning door middel van een rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en het Programma van Eisen naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie van de bodemingrepen:a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; ofb. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; ofc. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. Het college kan aan de verlening van de vergunning de volgende voorschriften verbinden:a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;b. de verplichting tot het doen van inventariserend veldonderzoek of een opgraving;c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg. De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van het College in situ behouden dienen te blijven. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die in overeenstemming met artikel 3 van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen als beschermd archeologisch (rijks)monument.

Rechtspraak bij dit artikel