De subsidieontvanger zorgt er voor dat:
doeleinden, gesteld in het activiteitenplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd.
de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.
de subsidie op een doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.
de instelling aan het college alsmede aan daartoe door haar aangewezen ambtenaren toegang verleent tot haar activiteiten en/of haar accommodatie.