De subsidieontvanger zorgt er voorts voor dat:
de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd.
de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling.
van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn.
op verzoek van het college inzage wordt verleend in de boekhouding en administratie en gevraagde inlichtingen worden verstrekt die verband houden met de subsidiëring.
uit de administratie op eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van de bezittingen, vorderingen, schulden en exploitatieresultaten.
van subsidiabele uitgaven bewijsstukken op naam van de instelling kunnen worden overgelegd, waaruit de aard van geleverde zaken of verrichte diensten blijkt.
ontvangsten, zoals erfstellingen, legaten en schenkingen aangegeven worden in de exploitatierekening, tenzij deze uitdrukkelijk voor kapitaal- of fondsvorming zijn bestemd. Een nalatenschap mag slechts worden aanvaard onder het voorbehoud van boedelbeschrijving.
het vormen van reserves of fondsen met of mede met subsidie slechts geschiedt voor de bestemmingen die de gemeente in haar beleid heeft opgenomen.
andere verplichtingen, die in de beschikking tot verlening zijn opgelegd, nagekomen worden.
het college kan bepalen dat een instelling niet of niet geheel hoeft te voldoen aan het bepaalde onder artikel 4.2, lid 6, 7 en 8.