In deze verordening en de daarop berustende nadere regels wordt verstaan onder:
- - markt: de door het college ingestelde warenmarkt, bloemenmarkt of vismarkt;
- - marktterrein: de gehele oppervlakte in de openbare ruimte of voor het publiek vrij toegankelijke grond, die bij besluit van het college voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen;
- - standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
- - vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
- - dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
- - standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
- - standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
- - vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
- - wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;
- - gegadigdenadministratie: administratie waarin gegevens van gegadigden voor een vaste standplaats zijn opgenomen;
- - anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;
- - brancheringslijst: de lijst met artikelen(groepen) of branches;
- - marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;
- - seizoenplaats: de standplaats die tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld en waarin een seizoengebonden artikel wordt verkocht;
- - markt-en ventcommissie: de door het college ingestelde commissie van advies, die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden.